Serge

1 juli 2013

In het vliegtuig naar Amerika zat ik naast een jongen met een pet op, die Serge bleek te heten. Serge was gered door Jezus, vertelde hij. Voordat hij gered was door Jezus ging het niet zo goed met Serge. Dat was allemaal de schuld van een meisje op wie hij op zijn dertiende verliefd was geworden. Omdat zijn ouders erg gelovig waren, wilde hij niet met het meisje zoenen; daarom maakte zij het na twee weken uit en begon iets met zijn beste vriend. Serge nam zich voor om zich nooit meer kwetsbaar op te stellen. Hij ging blowen en met heel veel meisjes naar bed. Op zijn veertiende zat hij aan de crack en de heroïne. Hij stal geld en auto’s, en reed vervolgens die auto’s weer in elkaar omdat hij dronken achter het stuur zat. Toch gaven zijn ouders de hoop niet op, ze bleven voor hem bidden. Dat zette Serge aan het denken. Misschien was die God van hen toch ergens goed voor. Hij besloot zijn leven aan Jezus te gaan wijden. Hij stopte met drinken en drugs gebruiken. Nee, niet helemaal zonder hulp, zoals ik opmaakte uit zijn verhaal, maar met hulp van Jezus. Inmiddels was Serge 21 en al twee jaar clean. Hij was zo dankbaar dat hij zijn leven weer op de rit had, dat hij nu de bijbelschool volgde. Daar was hij voor het eerst weer verliefd geworden op een meisje, met wie hij niet naar bed ging, want hij wilde eerst met haar trouwen. Zij vond het niet erg dat hij geen maagd weer was.
Serge haalde de bijbel erbij, en las me een paar passages voor over wat volgens hem liefde was. ‘Het is heel belangrijk dat je dit onthoudt,’ zei hij. Ik vroeg hem wat hij van andere religies vond. Die zitten er allemaal naast, zei hij. ‘Denk je niet,’ vroeg ik, ‘dat alle religies in grote lijnen op hetzelfde neerkomen?’ Serge begreep niet waar ik het over had. Alleen als je in Jezus geloofde, kon je gered worden. Hij liet me op de kaart van New York zien in welke kerk zijn beste vriend werkte, die achter ons zat. Ik moest die kerk zeker bezoeken als ik in New York was, benadrukte hij, hij lag niet ver van Times Square.
Toen we in Washington landden, wilde ik Serge nog succes wensen met alles, maar hij was al weg voor ik goed en wel mijn tas te pakken had. Zijn pet lag nog op de grond. Ik raapte de pet op en probeerde Serge in te halen, maar eenmaal langs de douane zag ik hem nergens meer. Twee weken later was ik in New York, met de pet nog in mijn koffer. Ik ging op zoek naar de kerk waar Serge het over had gehad. Als ik daar toch was, zou ik mooi die pet aan zijn vriend kunnen geven – in het kader van de naastenliefde. Maar eerlijk gezegd had ik niet zo heel goed opgelet toen Serge de kerk op de kaart aanwees, en er bleken ontzettend veel kerken te liggen in de buurt van Times Square. Ik zag ze allemaal vanbinnen en werd overal even vriendelijk geholpen, maar nergens vond ik Serges vriend. Ik hield nog maar net genoeg tijd over om iets anders dan kerken te zien – parken, markten, de openbare bibliotheek, dansvloeren, de door ontworpen Daniel Libeskind ontworpen Tower One, de Barnes en Noble op Union Square met ontelbare boeken, netjes gesorteerd per genre – van ‘African Americans’ tot ‘teen paranormal romance’.
De nacht voor ik terugvloog naar Amsterdam droomde ik van een enorme kerk, ontworpen door Daniel Libeskind, waarin alle geloven vertegenwoordigd waren, gesorteerd per genre, net als in de Barnes en Noble. Elke stroming had zijn eigen altaartje en een stuk of twintig kerkbanken. Het was de grootste attractie van New York, en je mocht er ook skateboarden.
Serges pet liet ik achter op de hotelkamer, voor de schoonmaakster. Zij had vast een dertienjarige zoon die indruk moest maken op een meisje.