Plan C

1 maart 2012

Op de première van de Nederlandse Coen Brothers-achtige film Plan C liepen heel veel vage bekenden rond. Zo veel dat ik niet precies wist tegen wie ik ‘hallo’ moest zeggen en wie ik moest feliciteren omdat ze tot de crew behoorden. Zo zei ik ‘hallo’ tegen de director of photography en feliciteerde ik een cameraman die me vertelde dat hij alleen de inserts van de aansteker en de koffiezetautomaat had gefilmd. Ik kwam een vriendin tegen die een kruising is tussen Julia Roberts en Juliette Lewis, die ik door omstandigheden al een tijd niet had gezien. Samen liepen we de zoveelste vage bekende tegen het lijf.
‘Zitten jullie ook in de film?’ vroeg hij.
‘Ja,’ zeiden wij.
‘We hebben een rode jurk aan,’ zei ik.
‘En we zijn naakt,’ zei de vriendin.
‘Ik zal erop letten,’ zei de vage bekende.
Door een merkwaardig toeval bleken de Julia/Juliette-vriendin en ik naast elkaar in de bioscoop te zitten. Ik had de schoenen aan die ik ooit van haar had gekregen, zo liet ik voorafgaand aan de film aan haar zien. Zelf hield ze niet zo van schoenen met hakken. De laatste keer dat ze hakken aan had, was op een première waarbij ze op het podium moest komen en toen was ze alleen maar bang dat ze van het trapje zou vallen. Ze hield ook niet van vallen. Ze was net al twee keer met een motor gevallen en daar wilde ze het bij laten. Eén gebroken teen en één gekneusde enkel vond ze genoeg.
Na de film gingen we naar het bijbehorende feestje, waar ik onder meer de producent van Plan C tegenkwam – tevens de producent van Featherlight –, een overgebleven Bingergenoot die een lofzang hield op Amsterdam, en de regisseur van de film, die ik gelukkig wel feliciteerde.
‘Het is zo onwerkelijk,’ zei deze. ‘Ik had dit allemaal nooit verwacht toen ik op mijn zolderkamer aan het schrijven was.’ Ik knikte. Ik wist niet dat er nog schrijvers waren die daadwerkelijk op zolderkamers schreven. (Zelf heb ik ook een zolderkamer, maar daar vind ik het vooral koud.)
Ik pitchte het scenario van mijn Bingergenoot bij mijn producent, die uitriep dat hij hem nog voor zijn vertrek naar Engeland wilde spreken, omdat hij dol was op alle high concept films en maar weinig ophad met het gemiddelde Nederlandse kitchen sink drama. Waarvan Plan C het bewijs was. De Bingergenoot moest bijna huilen omdat hij over twee dagen weer terug naar Londen moest. Wat er dan toch zo leuk was aan Amsterdam, vroeg ik. Dat ze er kaassoep hadden, zei hij.
Tegen het einde van de avond liepen mijn vriendin en ik de vage bekende weer tegen het lijf, tegen wie we hadden gezegd dat we een rol in de film speelden.
‘Ik zag jullie niet,’ zei hij.
‘Dan heb je niet goed opgelet,’ zei de vriendin.
Er zat niets anders op: de vage bekende moest de film nog een keer kijken. Op zich geen straf, want Plan C was al net zo vermakelijk als de avond zelf.