Marathon

11 september 2011

Eigenlijk gold er maar één regel op het Binger, zo leerden we tijdens de rondleiding door het gebouw: dit was geen school. Het woord ‘school’ was verboden, evenals de woorden ‘klas’ en ‘docent’, het ging hier om een ‘Lab’ met ‘workshops’, gegeven door ‘script advisors’. Verder hoefden we ons nergens zorgen over te maken: we mochten zo veel dvd’s en boeken uit de bieb lenen als we wilden, er was een chefkok die elke middag een driegangenlunch voor ons klaarmaakte, er waren koffie, koekjes en bier in overvloed, we mochten anytime de bioscoop voor screenings gebruiken, en er was een ‘creative psychologist’ voor als we het even niet meer zagen zitten.
Dat we misschien wel onze kopjes in de afwasmachine konden zetten na gebruik, opperde een boeddhistisch filmmaker uit Buenos Aires. Maar nee, dat was absoluut niet de bedoeling, daar was personeel voor en bovendien hadden wij daar helemaal geen tijd voor. Dat laatste bleek te kloppen: de eerste week bestond meteen uit een marathon van presentaties, zes dagen achter elkaar, tien uur per dag, waarin we elkaar vertelden over onszelf, ons werk en het scenario waar we hier aan zouden werken. Omdat de meesten van ons nu eenmaal storytellers waren, kwamen we op deze manier binnen korte tijd vrij veel te weten over onze Binger-genoten. Zo was er de extreem intelligente slaapwandelaar uit Hongarije die ’s nachts meubels verplaatste, de Mexicaan die ‘de zombie’ werd genoemd, achtduizend elpees in zijn bezit had en dol was op monsters en de film High Fidelity, de Vlaming van wie alle huisdieren op verschrikkelijke wijze aan hun eind waren gekomen, en de dokterszoon uit Californië die rondliep in het scrub shirt van zijn moeder, iedereen gratis slaappillen aanbood, en als kind alleen luisterde naar de naam ‘Clamshell’ omdat hij ervan overtuigd was dat hij een spion was uit een andere dimensie, waar mensen naar schelpen werden vernoemd.
Aan het einde van de week kenden we ieders jeugdtrauma’s en neuroses, waren we zo vol van film en levensverhalen dat we niet meer zo goed wisten wat echt was en wat niet, dachten we alleen nog in het Engels, en konden we ons de tijden van vóór het Binger niet meer zo goed herinneren. ‘Dit was leerzamer dan vier jaar filmacademie,’ vatte mijn zusje de week samen, en een Franse producente zei: ‘Dit heeft meer met me gedaan dan acht jaar therapie’.
De artistiek directeur feliciteerde ons met het overleven van de marathon. ‘Jullie zijn niet meer dezelfde als toen jullie hier binnenkwamen,’ zei hij. We keken elkaar aan. Hij had gelijk. Op de een of andere manier waren we binnen een week een soort vreemde familie geworden.
En dat kwam goed uit, want we zouden elkaar de komende vijf maanden nog wel vaker zien.