‘Write the truth’

15 april 2011

Robert McKee was eigenlijk gewoon een knorrige oude man, maar wel een voor wie je na enige tijd een zwak ontwikkelde omdat hij, ondanks al zijn tirades en gevloek, niet kon verbergen dat hij van het leven hield zoals het was, dat hij de schoonheid erin kon zien, zowel in de films waaraan hij zijn hart had verpand, als in alles waarop hij schold: religie, politiek, mensen in het algemeen en zichzelf in het bijzonder.
Dat hij een ruwe bolster met blanke pit was, zag ik al aan de beker waaruit hij zijn koffie dronk, die hij non-stop tapte uit een enorme thermoskan, een beker waarop met viltstift zijn kernboodschap stond geschreven: ‘Write the truth’. Iemand die zo gehecht was aan de waarheid kon het allemaal niet zo kwaad bedoelen, ook al onderwierp hij ons aan nog zo’n strak regime – vier dagen lang tien uur per dag in een daglichtloze zaal op een oncomfortabele stoel zitten, met pauzes zo kort dat je net tijd had voor een half kopje koffie en een appel, een streng verbod op praten, te laat komen en mobiele telefoons, en een grote kans afgesnauwd te worden als je hem onderbrak met een vraag die hem niet aanstond. Zelf verklaarde hij ons trouwens voor gek dat we naar zijn Story-seminar waren gekomen: ‘If I were you, I'd shoot the guy’.
Hij bleek een fervent tegenstander van middelen die Julia Cameron juist predikte, zoals wandelen om de creativiteit op gang te brengen (‘That shit never works’), of af en toe niets doen om ruimte te scheppen voor geniale invallen (‘Daydreaming is mental masturbation’). Wij namen al zijn adviezen in ons op en dachten er het onze van: sommige verwierpen we, andere lieten we bezinken, en een aantal schreven we op omdat ze zo mooi waren. ‘Conflict is to story what sound is to music’, en: ‘Creativity is like a cat. It comes to you when it’s convenient for it’. Op dag één waren we misschien nog een tikkeltje sceptisch, op dag vier waren we – behalve doodop, snipverkouden en enigszins labiel door een slaaptekort en te veel koffie – zo geroerd door zijn laatste woorden dat we moeite moesten doen onze tranen te bedwingen. Die slotboodschap betrof zijn visie op Casablanca, een film die volgens hem ging over het verschil tussen love en romance. ‘Love transcends romance and does not require the presence of the beloved,’ legde McKee met enigszins gebroken stem uit, een uitspraak die me herinnerde aan een citaat uit Adaptation, de film waarin McKee wordt geparodieerd en die te koop was in de speciale Story-shop: ‘You are what you love, not what loves you.’
Toen we na afloop naar hem toe gingen om ons boek te laten signeren, leek hij nog steeds een tikkeltje kwetsbaar. Hij zou graag een keer lesgeven in Amsterdam, zei hij, een stad die hij altijd nog eens wilde zien. Wij bedankten hem voor zijn lessen, en voor zijn mooie laatste woorden. ‘You almost made us cry,’ zeiden we.
‘Almost is not good enough,’ zei McKee, en hij wierp ons een van zijn boosaardige blikken toe. Hij was weer zijn knorrige, oude zelf. Gelukkig maar.