Berlijn-blues

16 oktober 2013

Ik ging een weekje naar Berlijn, om daar blues te dansen, een soort mix van tango en dirty dancing en dat dan op bluesmuziek. Ik ging vooral omdat ik voelde dat ik naar Berlijn móést – dat heb ik eens in de zoveel tijd.
Samen met mijn danspartner deelde ik een appartement in Kreuzberg, niet ver van de plek waar we dansworkshops volgden, een industrieel terrein diep in Oost-Berlijn. Dat terrein bestond voornamelijk uit half ingestorte met graffiti bespoten muren, oude spoorrails en gaten in het asfalt die zo diep waren dat er een kind in kon verdwijnen. Ik weet zeker dat daar in 1999 – toen ik voor mijn studie in Berlijn woonde – geen haan naar gekraaid zou hebben, naar dat hele terrein, maar nu liepen er groepen toeristen rond die foto’s maakten. Dat had waarschijnlijk iets met de ostalgie te maken. Hetzelfde zag ik in Mitte, in de oude hofjes waar ik vroeger had rondgedwaald, toen nog ruig en verlaten, een enkele verdwaalde punker daargelaten. Nu liepen ook daar groepen toeristen rond, met camera’s en Engels sprekende gidsen. Ik kreeg er spontaan westalgie van, en nam de metro naar Savignyplatz, een oud plein waar een beetje een Frans jaren-twintig gevoel hangt, en nog verder westelijk, naar de Wannsee. Hier nam ik op goed geluk een bus die me zowaar naar het studentendorp bleek te brengen waar ik ooit had gewoond. Ik had verwacht dat dit al lang gesloopt zou zijn – het was toen al aan vernieuwing toe – maar het stond er nog. Er was niets veranderd: het platte dak waar ik ’s ochtends op ontbeet, de berkenbomen waarop ik uitkeek toen ik ‘Soms mis je me nooit’ schreef, de etenslucht die uit de gebouwen opsteeg die je alleen in studentencomplexen ruikt. Ik wist de straatnamen niet meer, maar mijn voeten wisten de weg nog, en zo volgde ik zonder na te denken de route die ik toen dagelijks liep, naar de Slachtensee, het meer waar ik die zomer de meeste tijd doorbracht. Het regende bladeren in de straten, in alle soorten kleuren, en ineens wist ik weer waarom ik zoveel hield van deze stad: het waren niet alleen die ruige onontdekte plekken, die inmiddels ontdekt en niet meer zo ruig waren, het was ook de natuur, de ruimte, en de weemoed van de brede straten met bomen en grote achter hekken verscholen huizen in het oude West-Berlijn, waar je bijna nooit iemand tegenkwam.
Aan het einde van de dansworkshops waren we allemaal een beetje sip dat het voorbij was. In het Duits was daar een woord voor, vertelde een van de dansers uit onze groep, voor het neerslachtige gevoel dat je kon hebben als je op kamp was geweest en daarna weer alleen thuis was. Later kwam hij erop terug: het woord dat hij bedoelde, bleek toch een andere betekenis te hebben. Maar we konden wel een woord bedenken dat verdraaid dicht in de buurt kwam: de blues.