Opgeheven

17 november 2010

Op het raam van de drogist aan de overkant hing een bordje: ‘opheffingsuitverkoop’. Ik ging eigenlijk zelden naar deze drogist, want hij was nogal klein en onoverzichtelijk, maar nu liep ik toch even naar binnen.
‘Ga je ermee stoppen?’ vroeg ik aan de drogist, die in feite al jaren mijn overbuurman was.
‘Helaas wel,’ zei hij. ‘Ik ga met pensioen en is niemand die de boel wil overnemen.’
Ik dacht aan andere winkels die de afgelopen jaren uit mijn straat verdwenen waren. Zoals de zilversmid, waar twee oude mannetjes met witte haren werkten die uit een sprookje waren weggelopen en bij toeval in mijn straat waren beland. Ik bracht er een keer een oorbel waar ik een kettinkje van had gemaakt, een prul waar het zilver van afbladderde. Of hij het in een zilverbadje kon doen, vroeg ik aan de man met de witte haren die het ding aannam. Hij bekeek het zorgvuldig.
‘Waar heb je dat vandaan?’ vroeg hij.
‘Weet ik niet meer,’ zei ik. ‘Maar ik ben eraan gehecht.’
‘Het is van koper,’ zei hij. ‘Dat kan niet in een zilverbadje.’ Hoofdschuddend nam hij het sieraad aan. Toen ik het kwam ophalen, had hij er een nieuw hangertje aan bevestigd, want het oude hangertje was scheef en duidelijk afkomstig van een oorbel, niet heel handig voor een kettinkje. Ik hoefde er niets voor te betalen.
Maar de zilversmid was weg, en nu volgde de drogist.
‘Ik zit hier al zeventien jaar,’ zei de drogist. ‘En daarvoor zat ik 25 jaar op de Lindengracht. Ik heb de ondergang en de opkomst van deze straat meegemaakt. Eerst trokken alle bewoners weg, toen ze daarachter met nieuwbouw begonnen. Toen kwamen de coffeeshops, de pornotheeks en de seksshops. En daarna verdwenen die weer, en kwamen de winkels die er nu zitten. Maar ik ben al die tijd gebleven.’
Ik werd er een beetje weemoedig van. Waarom was ik niet vaker naar deze drogist gegaan, die nota bene veel dichterbij was dan die keten van verderop?
‘Ik kwam hier wel eens, hoor,’ zei ik. ‘Ik woon aan de overkant.’ Ik wees mijn huis aan.
De drogist pakte me bij mijn pols en sprak: ‘Dan is het nu aan jou, dat besef je wel hè? Jij bent de toekomst van deze straat.’
Ik knikte. ‘Ik zal kijken wat ik kan doen,’ beloofde ik.