Marathon, week 2

18 september 2011

We begonnen te wennen aan ons nieuwe leven op het Binger. We vonden het al bijna normaal dat we les kregen van de editor van Lars van Trier, een van de beste editors ter wereld, die ons fragmenten liet zien die de film Melancholia niet hadden gehaald, waarna ze ons glashelder uitlegde welke elementen in ons eigen scenario gemist konden worden. We keken ook niet vreemd op toen we, in de daaropvolgende character workshop, een videodagboek moesten maken, waarin we niet onszelf waren maar ons hoofdpersonage, dat herinneringen ophaalde aan haar jeugd, herinneringen die ons vreemd genoeg helderder voor de geest stonden dan die van onszelf. 
We vonden het knus dat de Zuid-Amerikanen ons elke ochtend en middag gedag kusten, dat de kok bakjes avondeten voor ons inpakte omdat we geen tijd hadden om boodschappen te doen, en dat er elke dag zo’n veertig groepsberichten in onze mailbox zaten omdat we blijkbaar nog niet waren uitgepraat. We hadden er vrede mee dat we niet meer zo heel veel mensen spraken behalve elkaar, want ook ’s avonds hingen we nog bij wie dan ook thuis op de bank om over films, cultuurverschillen of het leven te filosoferen. Onze Binger-genoten biechtten op dat we ook ’s nachts nog in hun dromen verschenen, waarin we samen door de stad fietsten en hun de weg wezen.
Nog één intensieve week, en dan hebben we weer tijd voor het gewone leven, omdat we dan voorlopig alleen nog in kleine groepjes bij elkaar komen om over onze projecten te praten. In het Vederlicht-team zitten behalve onze producent en wijzelf de Vlaming met het huisdierencomplex, wiens korte film momenteel de Europese festivals langsgaat, en een Australische surfer die opgroeide in Goa en die behalve surffilms onlangs zijn eerste speelfilm uitbracht.
Maar voordat we met hen om de tafel gaan zitten, trekken we ons straks eerst een paar dagen terug om te schrijven. Op Terschelling, met z’n drieën en een hond. En verder niemand, want er moet verdorie wel een scenario geschreven worden.