Kerst

19 december 2011

We schreven verwoed door aan het scenario – longontsteking of niet. Ineens hadden we een eerste versie af, waren we weer beter en was het bijna kerst. Een en ander vierden we met een kerstdiner met onze Bingergenoten. De Canadese had een enorme kalkoen gebraden. De Chileen maakte schuimige cocktails met de nationale drank pisco sour. De Mexicaan bracht zelfgemaakte enchiladas met kip, heel veel peper en chocoladesaus mee. Plus een fles tequila die meer dan een jaar had gerijpt en bij navraag zeventig euro bleek te kosten; wat wij hier dronken, was helemaal geen echte tequila, volgens de Mexicaan. Ik vroeg of hij soms geld over had, dat hij zulke dure flessen drank meebracht. De Mexicaan, ook wel ‘de Zombie’ genoemd, tekende monsters op zijn servet voor de tweeling van de Canadese, die gehuld in rendierpyjama’s en op rendiersloffen op zijn schoot zat. Hij zei dat hij geen cent te makken had sinds hij zijn huis had verkocht om zijn eerste animatiefilm te maken, maar dat het nu eenmaal kerstmis was, en daar hoorde een behoorlijke tequila bij. De Amerikaan vond dat kerst geen kerst was zonder een Joodse stoofschotel, dus die kregen we als toetje voorgeschoteld. Mijn zusje en ik waren zo onder de indruk van het gerecht dat we vroegen of we hem niet mochten houden (de Amerikaan, bedoelden we, niet de stoofschotel). De Amerikaan zei dat dat geen probleem was: hij zou voorlopig nog wel even in Nederland blijven. Als enige van al onze Bingergenoten die gesolliciteerd hadden, was hij aangenomen voor het Director’s Lab, dat nog eens zes maanden duurde, maar ook, zei hij, zou hij blijven zolang ik over hem schreef.
Omdat we toch allemaal al te veel pisco sour en tequila op hadden, deden we zonder tegenstribbelen mee aan het spel dat de Amerikaan vervolgens bedacht: een cornflakes doos optillen met je mond, zonder met iets anders dan je voeten de grond aan te raken. Na elke ronde knipte hij een paar centimers van de doos af, tot er op het laatst alleen nog een plat stukje karton op de vloer lag. Een paar mensen haakten af omdat ze op hun neus vielen en/of te dronken waren. De Engelsman slaagde er als enige in het spel uit te voeren terwijl hij een soort split maakte – zonder broek aan. De Amerikaan en ik schopten het tot een gedeelde eerste plaats.
De volgende dag zaten mijn zusje en ik fris en wel om de tafel met onze uitvoerend producent die met ons meedacht over een goede synopsis en een strakke logline, want in januari zouden we hiermee gaan leuren op het Rotterdams Film Festival. Ook leverden we na maanden ploeteren de eerste versie van ons scenario in. Twee dagen later mailde de producent: ‘Wauw! Het is inderdaad een super script, rijk aan subtext, subtiel, spannend en een page turner. Op het einde valt er nog wel wat te winnen, maar hoe dan ook wordt het vet. Goed werk, meiden!’
Wij waren klaar voor 2012.