Fiets

19 juni 2012

Eens kreeg ik een witte, hippe fiets van de geliefde met wie ik dacht samen oud te worden. De fiets was zo hip dat mensen bleven stilstaan als ik hem ergens neerzette.
‘Zo’n fiets heb ik nog nooit gezien,’ zeiden ze dan.
Ik kon me ineens voorstellen hoe het moest voelen als je in een heel gave auto reed die verder niemand had. Want niemand had deze fiets nog, behalve ik en dj Isis, die in het reclamefilmpje had gezeten dat mijn geliefde had geproduceerd.
Een paar maanden later was het uit. Mensen vonden mijn fiets niet meer zo bijzonder, want inmiddels reden er ook andere fietsers op rond die minder hip waren dan dj Isis en ik.
Toen brak er brand uit achter mijn huis. Iemand had een invalidenkarretje in de fik gestoken en mijn witte fiets stond twee meter verderop. Samen met de buren, een paar politieagenten, de brandweer en de brandstichter (maar dat bedacht ik later pas) keek ik toe hoe mijn fiets langzaam wegsmolt.
De volgende dag bracht ik de fiets naar de dure fietsenmaker, want de goedkope fietsenmaker, waar een jongen altijd zijn gouden tanden naar me blootlachte en met een mouwloow T-shirt vol met smeer ter plekke een slag uit mijn wiel hamerde en ‘het is wel goed schat’ zei als ik wilde betalen, was geen officiële dealer van hippe, witte fietsen.
De dure fietsenmaker repareerde mijn gesmolten fiets.
‘Dat is dan € 215,80,’ zei hij. Ik zei nog dat ik de nieuwe buitenband eigenlijk niet hoefde, omdat de oude volgens mij nog prima was, maar daar wilde de dure fietsenmaker niets van weten. Hij had hem nu al besteld.
Ik reed weer een tijdje rond op de witte fiets die niet meer hip was en sinds de brand ook niet meer zo wit.
Het was al een paar maanden later toen ik mijn fiets uit het rek tilde en het voorwiel bleef staan. Het staal van de voorvork was doorgebroken. Metaalmoeheid.
Omdat de fiets niet bij een winkel was gekocht, maar rechtstreeks van de fabriek kwam, belde ik de fabriek. Er zat nog garantie op de fiets, maar aangezien ik de fiets niet bij een winkel had gekocht kon de fietsenmaker wel arbeidsloon rekenen, zei de mevrouw van de fabriek. Dat deed de fietsenmaker dan ook. 58 euro en 25 cent.
‘Dat kost het erinzetten van een nieuwe voorvork nu eenmaal,’ zei de dure fietsenmaker. ‘Ik heb het trouwens nog nooit meegemaakt bij deze fiets, dat de voorvork brak.’
‘Maar ik was ook de allereerste die deze fiets had,’ zei ik.
‘Dat is niet waar,’ zei de dure fietsenmaker. ‘Dj Isis reed er al veel langer op.’
Daar had ik niet van terug.
Ik reed weg op mijn oude niet meer zo witte fiets met hagelwitte voorvork. Die avond las ik op Facebook over een echtpaar dat al 65 jaar samen was en wat het geheim was van hun liefde.
‘Wij komen uit een tijd dat je dingen repareerde als ze kapot waren,’ zei de vrouw. ‘In plaats van weg te gooien.’
Ik kon er niet precies mijn vinger op leggen, maar op de een of andere manier had dat gevoelsmatig toch iets met mijn fiets te maken.