Leesverslaving

20 oktober 2010

De reacties van mijn cursisten op de stapels huiswerk die ik ze had gegeven waren gemengd, bleek twee weken later. Julia had in elk geval wel een paar fans gemaakt: sommigen hadden elke dag trouw hun ochtendpagina’s geschreven, en waren daar na de huiswerkweek gewoon mee doorgegaan. ‘Het was net meditatie,’ zei een van hen. ‘Ik begon veel helderder aan de dag.’ Ook het leesverbod – dat ik iets had uitgebreid naar een algeheel mediaverbod, dus óók geen radio in de auto, geen Nu.nl en geen muziek op de iPod – was door een paar cursisten heel serieus genomen. Sommigen verklaarden vanaf nu af aan nooit meer radio te zullen luisteren, anderen zeiden dat ze zich zelden zo hadden vermaakt in de file. Er waren er zelfs die Julia’s The Artist’s Way meteen op het internet hadden besteld.
Maar er waren ook cursisten die vol verzet de week waren doorgekomen. Dat merkte ik al aan de verhaaltjes die ze bij me hadden ingeleverd, waar kreten in stonden als ‘Janneke kan de pot op’.
‘Het ging echt niet,’ zei een van hen. ‘Ik lag ziek op de bank en ik werd gek van mijn gedachten als ik geen afleiding had.’
‘Ik kwam erachter dat ik leesverslaafd ben,’ zei een ander. ‘Ik heb het wel geprobeerd, maar ik kón het gewoon niet. Dan begon ik met de koppen van de krant, en voor ik het wist had ik de hele krant gelezen. Ik weet gewoon niet wat mensen dóén als ze niet lezen.’
‘Schrijven,’ zei ik. ‘Je innerlijke kunstenaar laten spreken.’
‘Mijn innerlijke kunstenaar ligt in coma,’ zei ze. ‘En ik lijd aan een enorme leesverslaving.’
Toen we even later een oefening gingen doen, waarbij mijn cursisten voor het eerst een personage gingen creëren, bleek dat het huiswerk wel degelijk effect had gehad. In de oefening moesten ze de koffer van hun personage uitpakken, en zien wat daar allemaal in zat. Er zat één heel merkwaardig voorwerp in, zei ik, iets wat je niet zo snel zou verwachten. Dat moesten ze opschrijven.
Tijdens de vorige cursus had ik deze oefening ook gedaan, en toen hadden al mijn cursisten een mes aangetroffen in de koffer van hun personage, en een enkeling een ander moordvoorwerp (een strop of pistool).
Dit keer kwamen er de vreemdste dingen opduiken uit de denkbeeldige koffer: een paar rubberen regenlaarzen, een kerstboompje met knipperende gekleurde lichtjes, een TL-lamp en een opgezette vis.
Ook vroeg ik ze naar de geheime verslaving van hun personage, en ook daar waren de meest onverwachte dingen uitgekomen. Behalve bij één cursiste, de vrouw die had gezegd dat haar innerlijke kunstenaar in coma lag.
‘Mijn personage heeft geen verslaving,’ zei ze stellig. ‘En ook geen geheimen.’
‘Wat saai,’ zei ik.
‘Nee hoor, hij is helemaal niet saai.’
‘Maar iedereen heeft toch wel een verslaving? Al is-ie nog zo klein?’
‘Oké,’ gaf ze na enig nadenken toe. ‘Misschien heeft hij wel een heel klein beetje last van een leesverslaving.’