Meer dan een prozacursus

21 januari 2011

Ik weet niet of mijn docenten op de middelbare school hier vroeger ook last van hadden, maar als er weer een cursus is afgelopen, mis ik mijn cursisten een beetje. Misschien is dat omdat ik graag met mensen over literatuur en schrijven praat, misschien omdat ze op de laatste les zulke liefdevol bereide Marokkaanse broodjes en pompoentaart hadden meegenomen en tegen me zeiden dat ‘dit veel meer was geweest dan alleen een prozacursus’.
Gelukkig krijg ik zo nu en dan een update van hun laatste schrijfactiviteiten in mijn mail, waarna ik ze aanmoedig om vooral hun verhalen naar literaire tijdschriften te blijven sturen. Intussen schep ik stiekem over ze op bij uitgevers, maar dat vertel ik ze natuurlijk niet, want ik ben er nog niet uit of ik hun verhalen zo briljant vind omdat ik ze gedurende acht weken heb zien uitgroeien tot serieuze schrijfsels met een kop, een staart en een midden, of omdat ze echt briljant zijn – ik gok op dat laatste.
Deze week stuurde een oud-cursist me een krantenartikel uit het Leidsch Dagblad waarin ze was geïnterviewd. Er was haar gevraagd welk boek ze op dat moment aan het lezen was. Hierop zei ze: ‘Vederlicht van Janneke Jonkman. Een prachtige roman. [...] De thema’s zijn zwaar maar de toon is licht. Daardoor leest het heerlijk. Een aanrader.’
Dat deed me deugd, want ik had immers net acht weken lang gedaan alsof ik precies wist hoe je een roman moest schrijven, maar het was maar de vraag of mijn cursisten vonden dat ik daar zelf in was geslaagd. Ook ik kan nog steeds bijleren en ik zie mijn boeken meer als de getuigenissen van een bepaalde periode dan als iets waar ik me altijd mee verbonden blijf voelen. Een bepaalde verbintenis blijft er hoe dan ook bestaan, maar meer zoals je die hebt met een verre ex. Gisteren op mijn drieëndertigste verjaardag doken er foto’s op van de boekpresentatie van mijn eersteling Soms mis je me nooit, vlak na mijn drieëntwintigste verjaardag. Ik droeg een rood T-shirt en had even rode blozende wangen. Er waren mensen die niet eens geloofden dat ik dat meisje op de foto’s was. Ineens besefte ik dat ik me nu tien jaar schrijfster mag noemen, en ik vroeg me af hoe ik over tien jaar zou terugkijken op mijn schrijverschap.
En welke van mijn cursisten er tegen die tijd naamsbekendheid zouden hebben. Aan mij zal het niet liggen, ik gun ze allemaal de kans die ik tien jaar geleden zelf heb gekregen.
Intussen mis ik ze nog steeds, mijn cursisten. Er zit niets anders op dan weer een nieuwe cursus te starten. Gelukkig gebeurt dat ook weer, vanaf het vroege voorjaar.