Zo'n hip feestje

23 februari 2013

Ik ging naar een feestje van een productiemaatschappij. Het was lang geleden dat ik naar zo’n hip feestje was geweest. Er vloeide gratis mojito en iedereen likte aan kleurige lollies. Er was een bekende radio-dj gekleed in een rendieroverall die nummers uit de jaren negentig aan elkaar mixte. Een tv-presentator die ik toevallig de avond daarvoor op Uitzending Gemist nog had zien bevallen, stond op het podium vanuit een grote schaal Marsen het publiek in te gooien. De dansvloer was zo stampvol dat je niet kon dansen zonder dat daar ongewenste intimiteiten bij kwamen kijken, en anders wel rondvliegend bier dat vanaf de balustrade naar beneden regende. Als je naar de wc moest, stond je anderhalf uur in de rij, en eenmaal aangekomen op de wc had je zeker drie nieuwe vrienden gemaakt. Ik kwam een cameraman tegen die zei dat ik ooit eens een blog over hem had geschreven. Hij stelde me voor aan iemand die hij de beste acteur van Nederland noemde. De beste acteur van Nederland vroeg wat ik zoal deed.
‘Ik ben schrijfster,’ zei ik.
‘Twijfelaar?’ schreeuwde hij uit boven de nummers uit de jaren negentig.
‘Verboden te twijfelen,’ zei ik.
‘Vind ik ook,’ zei hij.
De bekende radio-dj werd overgenomen door twee dj’s die rock-’n-roll afwisselden met gabber. Een geluidsman van wie ik hoorde dat hij drie Gouden Kalveren had gewonnen, beklaagde zich over de muziek.
‘De vorige dj draaide tenminste nog een beetje nostalgisch,’ zei ik.
‘Nummers waar toen ook alleen maar bouwvakkers naar luisterden,’ vond de geluidsman.
De bekende radio-dj in rendieroverall liep voorbij. Ik zei hallo, want ik had hem toevallig een jaar geleden eens vrij uitgebreid gesproken. Behalve de rendieroverall droeg hij een heel grote bril.
‘Ik herkende je aan je bril,’ zei ik (de rendieroverall had hij toen niet aangehad).
‘Dat kan niet,’ zei hij, ‘want dit is een nieuwe bril.’
‘O ja,’ zei ik. ‘Nu je het zegt.’
De beste acteur van Nederland gaf me nog een mojito. Hij wees naar een vriend die verderop over de balustrade leunde.
‘Kijk dan,’ zei hij, ‘net een schilderij van Edward Hopper.’
‘Nu je het zegt,’ zei ik.
‘Jij bent anders dan iedereen hier,’ zei hij, ‘jij ziet dingen.’
‘Hoe weet je dat?’ vroeg ik.
‘Dat zie ik.’
Ik wilde nog iets zeggen, maar inmiddels stond de beste acteur van Nederland te zoenen met een meisje in een panterpak.
Ik danste nog wat met de cameraman en mijn vriendin, die gevraagd was voor de scenariobewerking van een boek van een collegaschrijver voor een film waarin de beste acteur van Nederland waarschijnlijk de hoofdrol zou spelen.
Tegen de ochtend verliet ik het feestje. Ik kreeg een muts mee met de naam van de productiemaatschappij erop. Buiten zaten zeven taxichauffeurs in zeven taxi’s, die allemaal teleurgesteld keken toen ik op mijn fietste stapte.
Eenmaal thuis was ik nog lang bezig lollies onder mijn schoenen vandaan te peuteren.