Koelkast

23 juli 2012

Ik kocht een nieuwe koelkast. Toen de jongen die hem kwam bezorgen in mijn keuken om zich heen keek, zei hij: ‘Het lijkt wel een studentenhuis.’
Ik keek ook om me heen. ‘Hoezo dan?’ vroeg ik.
‘Nou, omdat je op dat schoolbord hebt geschreven wanneer het vuilnis wordt opgehaald.’
‘Anders vergeet ik het,’ zei ik.
‘Er is niets mis met studeren hoor,’ zei de koelkastbezorger. ‘Ik heb het zelf ook gedaan.’
‘Ja, ik ook,’ zei ik. ‘Tien jaar geleden.’ Ik vergat te vragen wat de koelkastbezorger dan gestudeerd had.
Hij schoof mijn oude koelkast opzij en keek misprijzend naar de muizenkeutels uit omstreeks 1997 die daaronder tevoorschijn kwamen.
‘Moeilijk hè, schoonmaken?’ zei hij.
‘Ik had het graag even voor je gedaan,’ zei ik. ‘Als er iemand was geweest die dat ding voor me had opgetild.’
De koelkastbezorger knikte begrijpend. ‘Ja, huishoudelijke taken moet je verdelen,’ zei hij. ‘Maar ik ben één keer verliefd geweest en ik begin er niet meer aan. Mij niet gezien.’
Ik schrobde de vloer, terwijl de koelkastbezorger toekeek of ik dat wel goed deed.
‘Hoezo niet?’ vroeg ik, al schrobbend. ‘Maakte ze niet schoon onder de koelkast?’
‘Dat was het niet,’ zei hij. ‘Maar als ze zich zo onvolwassen gaan gedragen, dan ben ik er klaar mee.’
‘Hoe oud waren ‘ze’ dan?’
‘Nou, gewoon, 23, 24.’
‘En jij?’
‘Dertig.’
‘Misschien moet je vrouwen daten van je eigen leeftijd,’ zei ik. ‘Misschien zijn die volwassener.’
‘Daar heb ik helemaal geen tijd voor,’ zei hij fel. ‘Ik ga echt niet thuis achter de computer zitten en zo’n profiel aanmaken. Nee man, je moet gewoon iemand op straat tegenkomen en dan pats, boem.’
‘Dat vind ik ook,’ zei ik.
De vloer was schoon. De koelkastbezorger zette de nieuwe koelkast op zijn plek. ‘Denk erom,’ zei hij. ‘Hij mag pas vanavond om negen uur aan.’
‘Oké,’ zei ik.
Hij vertrok met mijn oude koelkast, die hij met zijn collega van de trap sjouwde.
‘Doei hè,’ zei hij. ‘Vergeet het vuilnis niet.’