Vroeger

24 april 2013

Ik dacht altijd dat ik een ijzeren geheugen had, maar dat blijkt toch tegen te vallen. Ja, ik herinner me nog de nacht dat mijn zusje geboren werd (ik was anderhalf), hoe ik niet kon slapen omdat ik ergens moest logeren en ik met mijn hand langs de muur gleed terwijl ik de trap af liep naar daar waar de volwassenen zaten. Ik weet nog precies hoe het voelde om vanaf de schommel te proberen met je voeten de takken van de roze bloesemblaadjes van de prunus te raken, terwijl de jongens op het schoolplein elkaar in de zandbak met scheppen op het hoofd sloegen. Wat ook goed is blijven hangen, zijn de mensen van wie ik in de loop der jaren allerhande praktische adviezen ontving. Zoals de meester in groep zes die uitlegde dat het beter is je met een harde handdoek af te drogen dan met een zachte (terwijl andersom mij logischer leek) – altijd als ik me met een harde handdoek afdroog denk ik: dit zou ergens goed voor moeten zijn. Of zoals de huisgenoot die me voordeed hoe je op economische wijze een pak yoghurt uitknijpt, aan wie ik regelmatig terugdenk als ik dat aan het doen ben.
Maar laatst was ik op een verjaardag en werd ik aangesproken door iemand die ik ooit eens op een andere verjaardag uitgebreid gesproken scheen te hebben – ik wist er niets meer van. Terwijl die persoon in kwestie dus nog wel van alles over mij wist. Een week later overkwam me op weer een andere verjaardag precies hetzelfde – het lag dus zeker wel aan mij. Nu zou het natuurlijk kunnen dat ik gewoon niet zo’n goed geheugen heb voor mensen die ik tref op verjaardagen, maar onlangs sprak ik een oude geliefde over wat we zoal allemaal hadden meegemaakt op reis, en dan met name de keren dat we per ongeluk in levensgevaarlijke situaties waren beland. Die stonden me natuurlijk nog glashelder voor de geest: bijvoorbeeld die keer dat we tijdens het raften in Thailand net niet verdronken waren en die dag dat we op wintersport de verkeerde afslag hadden genomen op de gletsjer en vier kilometer lang loodrecht naar beneden moesten snowboarden – we kwamen er vanaf met respectievelijk een verzopen fototoestel en brandwonden door bevriezing. Dat was allemaal lang zo erg niet, zei deze oude geliefde, als die keer dat we in India op de motor zaten en er naast ons een verschrikkelijk ongeluk gebeurde waar we op een haar na aan ontsnapten. Een ongeluk? In India? Ik wist er niets meer van.
Het wachten is op de dag dat ik wildvreemden ga aanklampen op verjaardagen, of dat ik alleen nog kan praten over die dagen dat ik op de schommel zat en met mijn voeten de roze bloesemblaadjes van de prunus probeerde te raken, maar nog wel precies weet hoe ik een pak yoghurt moet uitknijpen.