Piep

26 augustus 2011

Mijn zussen en ik hielpen mijn moeder bij haar verhuizing.
‘Er zit een piep in het huis,’ was het eerste wat ze zei toen we binnenkwamen. ‘Ik denk een vogel in de schoorsteen. Of het is de kraan.’
Wij luisterden naar de piep, die met enige regelmaat door het huis klonk.
‘Dat is geen vogel,’ zei mijn zusje. ‘Dat is een brandmelder met een lege batterij.’
We keken om ons heen, naar de tientallen ingepakte dozen, verdeeld over zes kamers. Ergens uit een van die dozen kwam de piep. Maar het gekke was dat het geluid uit verschillende kamers leek te komen. We volgden de piep, begonnen lukraak dozen uit te pakken. In de zoveelste doos bleek de brandmelder te zitten. We bekeken hem van dichtbij. Piep, zei het ding, zo hard dat we allevier een sprongetje maakten. We haalden de batterij eruit, pakten de dozen weer in (want de kasten stonden nog niet op de juiste plaats).
Net toen we een van de boekenkasten naar zolder wilden tillen, klonk er nóg een piep. Uit een andere kamer.
‘Hoeveel brandmelders heb je ingepakt?’ vroeg mijn zusje.
‘Twee,’ zei mijn moeder.
We gingen op zoek naar de tweede brandmelder. Pakten nog meer dozen uit. Maar nergens een brandmelder.
We besloten het geluid te negeren en sjouwden de boekenkasten naar zolder. We beschadigden hier en daar het nieuwe stucwerk, maar kregen ze wel boven.
‘Het is maar goed dat ik zo’n sterke vrouw ben,’ zei mijn moeder.
Toen alle boekenkasten boven stonden, ruimden we ze in. We kwamen geen brandmelder tegen, wel vond ik een zelfhulpboek avant la lettre uit 1960 met de welluidende titel ‘Maak iets van je leven’, dat mijn moeder had gelezen toen ze vijftien was. Sommige passages waren met potlood onderstreept, of er stonden uitroeptekens naast.
‘Terwijl je bij de kapper zit te wachten, is het geen wet van Meden en Perzen dat je een tijdschrift, dat daar ligt, moet inkijken. Denk liever eens na,’ stond er. En het cryptische: ‘Bepaalde mensen lopen op hun hoofd. Maar dat is ondoenlijk, daar is de mens niet voor geschapen.’ Maar ook: ‘De vrouw is voor het offer en de verlossing gemaakt, zij offert zich op aan de man, zij offert zich op aan het kind, en haar liefde is tot ieder offer bereid om degene die verloren raakt vrij te kopen en te redden.’ En: ‘Een kus is niets, als hij geen teken van liefde is: door middel daarvan zeg je tot de man: door me weg te schenken wil ik bijdragen aan je volle ontplooiing.’
Ik bladerde het boekje door en concludeerde dat het maar goed was dat mijn moeder zo’n sterke vrouw was geworden.
Aan het einde van de dag vonden we de tweede brandmelder. Hij bleek zich in het pedaalemmertje in de badkamer te bevinden, waar hij precies in paste.
‘Waarom heb je de brandmelder in de pedaalemmer gestopt?’ vroegen we.
‘Dat weet ik niet meer,’ zei mijn moeder. ‘Maar ik denk dat ik het een handige opbergplek vond.’