Rode draad

27 oktober 2011

De huisschilder kwam langs om de gang te schilderen, waar de verf al een tijdje van de muur afbladderde.
‘Het is pappen en nathouden hoor,’ zei hij monter. ‘Eigenlijk moet de hele buitenmuur vervangen worden, maar ja, de crisis hè? Er zijn zo veel mensen ontslagen bij de woningbouwvereniging, dat ik mijn eigen baas niet eens meer aan de telefoon krijg. Alleen als ik tussen zeven en acht uur ’s morgens bel, maar zelfs dan neemt hij niet op.’
‘Wat lastig,’ zei ik.
‘Maar het voordeel is dat die pensioenregelingen zijn afgeschaft, nu houd ik tenminste wat extra geld over. Laatst bracht ik mijn auto naar de garage, moest ik zevenhonderdvijftig euro betalen! Ik weet wel dat als je een auto hebt, je soms zomaar zevenhonderdvijftig euro moet betalen, maar toch. Ach, het is maar materie, zeg ik dan. Je wordt wat ouder, je verliest een paar dierbaren en dan besef je ineens dat het leven niet alleen om materie draait, dat zul je misschien zelf ook wel gemerkt hebben. Zelf ben ik erachter gekomen dat de rode draad is dat we elkaar een beetje helpen. Je weet wel.’
‘Ja.’
‘Laatst liep ik op straat, sprongen er twee jongens op een scooter, die hadden net de Albert Heijn overvallen. Ik wilde erop af, de adrenaline gierde door mijn lijf. Maar mijn maat zei: je blijft staan hoor. Toen heb ik niets gedaan. Misschien maar beter ook, voor je het weet staat de volgende dag heel Oost op je stoep. Maar zulke jongens, ik begrijp het niet hoor. Net zoals wat er laatst met dat meiske is gebeurd. Of die overval op de juwelier vorig jaar. Die zijn gepakt hè, wist je dat?’
‘Nee, echt waar?’
‘Ja, op een gegeven moment gaan ze toch lullen, hè? Of te koop lopen met die sieraden. Ik snap het niet hoor. Zelf word ik gelukkig als ik anderen mensen blij maak. Laatst zo’n oud vrouwtje, die had een keukenbrand gehad. Alles zwart, ze was helemaal in paniek. Toen heb ik alles overgeschilderd, ik was zes uur bezig. Vroeg ze aan het einde van de dag: moet ik u nu niet betalen? Nee hoor, zei ik, daar bent u voor verzekerd. Toen was ze zo blij.’ De schilder keek tevreden naar de muur en kwam de ladder af. ‘Het zit er weer op.’
Ik keek ook naar de muur: die was inderdaad af. Althans, het gedeelte dat had gebladderd was nu spierwit en ergens halverwege was de muur gewoon weer zalmroze, zoals voorheen. Maar dat was natuurlijk niet erg, het was immers maar materie.