Writer's block

29 mei 2013

Mijn groep cursisten bestond uit drie vrouwen en vijf mannen, onder wie twee broers. Een van de broers maakte zijn huiswerk niet. Wel leverde hij stukjes in die hij ooit eens had geschreven, die niets met de opdrachten te maken hadden, maar ik had dan weer geen zin om die na te kijken. Zo kwamen we niet veel verder. Na drie lessen mailde de broer mij dat hij het te druk had met andere dingen om aan schrijven toe te komen. ‘Wil je van me aannemen dat ik de cursus graag bijwoon en daarvan meepak wat ik wil (en eventuele ballast laat voor wat het is)?’ schreef hij. Hij had meer tijd aan die mail besteed dan aan welk huiswerk dan ook.
‘Het is heel moeilijk om te leren schrijven,’ zei ik de volgende les tegen hem, ‘wanneer je niet schrijft.’ Ik raadde hem aan een speech te kijken van John Cleese, waarin hij uitlegt hoe je meer tijd kunt vrijmaken voor creativiteit. De les daarop had de broer ineens een heel lang verhaal geschreven. Het was niet alleen heel lang, het was ook nog eens heel goed. Ik was blij dat hij van John Cleese in elk geval wel advies aannam, zei ik tegen hem.
De cursus vorderde en intussen schreven al mijn cursisten aan een lang verhaal, ook de andere broer, de overige drie mannen en de drie vrouwen – ze maakten stuk voor stuk indrukwekkende vorderingen. Zelf was ik druk met andere dingen: sinds ik niet meer voor Het Blaadje werkte, werkte ik voor drie blaadjes tegelijk. Daarnaast hield ik de schrijftuin draaiende, pakte ik het dansen weer op, broedde ik op een synopsis voor een tv-film, en boekte ik een reis naar Amerika – ik had verdorie al bijna twee jaar geen echte vakantie gehad. Ik bezocht een lezing van de geweldige spreker Jeff Foster, die onder meer vertelde hoe U2 ooit was omgegaan met een writer’s block dat ze hadden, of heet zoiets een musician’s block? – hoe dan ook, ze hadden uiteindelijk een nummer geschreven óver die blokkade: One, net zoals Renate Dorrestein dat trouwens deed met haar laatste boek ‘De blokkade’.
Maar ik had helemaal geen writer’s block, ik had gewoon een chronisch gebrek aan tijd. Broer werkte intussen gestaag verder aan zijn verhaal; aan het einde van de cursus kwam hij erachter dat hij genoeg stof had voor een roman. Of ik dacht dat hij dat in zich had, wilde hij weten, in een wederom lange mail. Ik dacht van wel, maar, waarschuwde ik, je moet er een lange adem en heel veel zelfdiscipline voor hebben, en het niet doen omdat je rijk of beroemd wilt worden. Ik probeer altijd iedereen enigszins af te schrikken die een roman wil schrijven; als ze het dan tóch doen, weten ze tenminste zeker dat ze het echt willen.
Broer bestelde al mijn boeken en wenste mij veel plezier in Amerika. ‘Doe wat inspiratie op en hopelijk volgt er een nieuw boek,’ mailde hij me.
Ik mailde terug dat er zeker een nieuw boek zou volgen, maar dat ik eerst John Cleese er weer eens bij zou halen.