Danke

3 januari 2023

Mijn eerste grote liefde was een Duitser. Ik was zeventien. Ik liep langs zijn tent op de camping en hij nodigde me uit om een Danoontje te komen eten. Dat deed het voor mij, dat Danoontje. Er waren ook Nederlanders op de camping, maar die nodigden ons nergens voor uit, en al helemaal niet voor een Danoontje. Wel riepen ze dat we konijnen waren omdat we zoveel komkommer aten. Achteraf denk ik dat ze ons probeerden te versieren, maar wij begrepen dat niet.
De Duitser heette Christian, zoals de meeste Duitsers, hoewel ik er ook wel een aantal heb ontmoet die Markus heetten. Hoe dan ook, de liefde ging erg diep, zoals dat gaat op je zeventiende. Op dag drie kreeg ik een vriendschapsarmbandje van hem dat ik nooit meer af mocht doen. ‘Danke,’ zei ik, want dat was zo ongeveer het enige Duitse woord dat ik kende. We hadden dan ook niet zulke diepgaande gesprekken, hoe graag ik dat ook had gewild. Wel lagen we heel lang in zijn tent. Zo lang dat de waxinelichtjes die hij daar had neergezet zich een weg door het grondzeil brandden.
Na de vakantie schreven we nog een tijdje liefdesbrieven over en weer. In die van hem stond meestal iets over het weer - dat het alleen maar regende sinds hij terug was. Zijn brieven ondertekende hij met codes. ‘ILDNIUFI’, wat betekende dat hij nog steeds en voor altijd van mij hield. Ook stuurde hij me foto’s waarop hij kunstjes deed met zijn BMX. Wat er in mijn brieven stond weet ik niet meer, maar ik herinner me dat ik er het hele woordenboek voor binnenstebuiten keerde.
Hoewel hij me had beloofd voor altijd op me te zullen wachten, groeiden we toch uit elkaar. Duitsland is zo verschrikkelijk ver weg als je zeventien bent. Op mijn twintigste besloot ik Duits te gaan studeren, dat wel. Eerst een tijdje in Amsterdam, naast mijn studie Nederlands, en later in Berlijn, waar ‘De droomfotograaf’ uit voortkwam. Onlangs kreeg ik van het Goethe Institut een kunstenaarsbeurs om in Hamburg Duits te studeren. Van tevoren moest ik op het Amsterdamse Goethe Institut een toets afleggen. Vrijwel moederspraaktaalniveau, was de uitslag.
Van Christian kreeg ik onlangs nog een e-mail. Hij had me gegoogeld en ontdekt dat ik boeken schreef. Zelf was hij politieagent. Hij was getrouwd en had twee kinderen. Hij wist elk detail nog van de vakantie, zoals dat ik ‘Gurke’ ‘komkommer’ noemde en dat de tent bijna was afgebrand. Of er wat over hem in die boeken stond, wilde hij weten. Ja, schreef ik, dat van die bijna afgebrande tent. Wow, wat kun je goed Duits, schreef hij. ‘Danke’, schreef ik.