Herfst

30 oktober 2012

Ik fietste over de grachten en het viel me op dat het licht steeds mooier werd in de herfst. Was dit echt zo of was het me nooit opgevallen? Al die gele blaadjes die nog half in bomen hingen en al half op auto’s lagen, rode paraplu’s tegen donkere luchten, witte zwanen in bijna zwart water. Ik hou al van de herfst sinds er mandarijnen en speculaas bestaan, en dat was nog voor ik de pompoenen en wilde paddestoelen ontdekte. De herfst is de tijd dat je lethargisch uit het raam kunt staren zonder je schuldig te voelen dat je niet ergens op een terrasje mee aan het doen bent met de echte wereld, de tijd om honderd boeken te lezen, alles te zien wat er in de bioscoop draait, aan projecten te beginnen die je al tien jaar hebt uitgesteld, zoals het schilderen van je hele huis en al je oude meubels vervangen door nieuwe waardoor het net is alsof je ergens anders woont. En soms is er ineens een zonnige dag, waarop je met winterhandschoenen aan op je wielrenfiets kunt stappen om ergens in een ver dorp een warme thee te drinken, of waarop je door de duinen wandelt, waar paddenstoelen uit boomstronken groeien en herten met paringsdrang een geluid maken dat ‘burlen’ heet, dat ik nog nooit had gehoord – ik dacht eerst aan een soort loeiende kikker, tot ik de herten in de verte zag wegspringen.
Het is de tijd voor stedentrips, om in bruine kroegen buitenlands bier te drinken en in tweedehands boekwinkels te struinen, de tijd waarop alle televisieprogramma’s weer volop draaien, je stamppotten en maaltijdsoepen kunt maken voor grote groepen vrienden, waarop je de klok mag terugzetten en zomaar een uur extra hebt, gratis en voor niets, en je bad hairdays onder wollige mutsen kunt verbergen. En dan hangt ook nog eens de belofte in de lucht van de nóg donkerder dagen, de dagen van ijs op de grachten, sneeuwvlokken in je haar en vuurwerk in de lucht, de dagen waarop ik al mijn grote liefdes ontmoette (en weer uitzwaaide), de dagen waarop er, kortom, liefde in de lucht hangt, ook al beweren de damesbladen dat dat het voorjaar is. En natuurlijk, op een goeie dag ben je ontzettend blij dat eindelijk dat voorjaar weer aanbreekt, omdat tegen die tijd alle speculaas en mandarijnen je neus uit komen en je weer naar aardbeien en asperges begint te verlangen, je tenminste geen huis vol dennenaalden meer hebt, je de ramen open kunt gooien en al die veel te zware kleren weer naar zolder mag brengen. Maar ik moet er nu nog even niet aan denken.