Vogelnestje

4 april 2011

Samen met een bevriend danseres, op wie een van de karakters in Vederlicht geïnspireerd is, vertrek ik binnenkort naar Londen waar we ons gaan verdiepen in de wereld van de plot – of ‘story’, zoals Robert McKee het noemt. Ik omdat ik bezig ben met de scenariobewerking van Vederlicht, zij omdat ze zich meer op theatermaken wil gaan richten. De danseres heeft wel wat weg van Natalie Portman, maar dan met een Slavisch tintje en een sprankelende lach waarmee ze al heel wat harten heeft veroverd – en gebroken, vooral van bekende schrijvers en miskende kunstenaars. Na een carrière bij het Nederlands Dans Theater maakt ze tegenwoordig vooral haar eigen choreografieën en tussen de bedrijven door rondde ze nog een universitaire studie af, maar ze is en blijft toch in de eerste plaats een ballerina. Dat blijkt wel als zij, terwijl we bij wijze van huiswerk naar Casablanca kijken, even een been in haar nek legt, of ze, terwijl we ergens in een café op een loungebank in Story aan het lezen zijn, op haar buik gaat liggen met haar rug in een sierlijke krul en haar benen nonchalant zwaaiend in de lucht, nog net geen ‘vogelnestje’. Ik beken dat ik al jaren geen ‘vogelnestje’ meer kan maken, laat staan een spagaat of iets in die richting. Ze zegt dat ik weer moet gaan oefenen, dat ik het dan wel weer oppak. Dat het zonde is om het allemaal verloren te laten gaan. Zelf oefent ze nog elke dag, en ze raadt me aan hetzelfde te doen – je weet nooit waar het goed voor is.
Intussen proberen we ons in recordtijd door Story heen te worstelen – bijna 500 pagina’s over ‘the war on cliché’, ‘the world of character’ en ‘the inciting incident’. En we prenten alvast de regels in ons hoofd waar we ons tijdens het seminar aan moeten houden. Zo schijnen we een boete te krijgen als onze telefoon afgaat, dienen we te allen tijde onze badge te dragen, is het ten strengste verboden om geluidsopnamen te maken, en mag alleen Mr. McKee iets anders drinken dan water. Ook moeten we ons alvast voorbereiden op de ‘strong language’ die Mr. McKee bezigt, volgens het reglement. O ja, en we worden verzocht om acht uur ’s ochtends aanwezig zijn en niet te schrikken als de dagen nog wat langer doorgaan dan tot zeven uur ’s avonds.
Het is maar goed dat we een nogal luxe hotel op loopafstand hebben geboekt, want veel van Londen zullen we niet zien in die week, vermoeden we. Hoewel ik wel mijn laptop meeneem, want je weet maar nooit tot wat voor buitengewone inspiratie dit Spartaanse regime kan gaan leiden. Maar het zou ook best kunnen dat ik in de avonduren het ‘vogelnestje’ ga oefenen.