Oma

4 december 2013

Ik ging op bezoek bij mijn oma. Zij is 97 maar woont nog steeds op zichzelf. Ze heeft inmiddels zo veel kleinkinderen en achterkleinkinderen dat ze de tel is kwijtgeraakt, maar ze wist nog wel wie ik was.
‘Hoe gaat het met de liefde?’ vroeg ze, tot drie keer toe. Het maakte niet zo veel uit wat ik daarop antwoordde, ze vond het elke keer weer even leuk om te horen.
‘Hoe werd u eigenlijk verliefd op opa?’ vroeg ik toen maar.
Mijn oma zei dat ze helemaal nooit verliefd was geweest op mijn opa. Wel op andere mannen, maar dat werd jammer genoeg nooit echt wat. Mijn overgrootopa en –oma hadden een dansschool, waar ze boven woonden. Zelf gaven ze ook dansles. Mijn oma moest meehelpen met glazen spoelen. En ze mocht meedoen aan de lessen – vooral tango danste ze graag.
‘Je weet toch wel dat de dansvloer dé plek is om mannen te ontmoeten, hè?’ vroeg ze me. Ik knikte. Mijn oma wond ze in elk geval allemaal om haar vinger, maar het was wel jammer dat ze haar niet thuis konden brengen – ze wás immers al thuis, dus een potje zoenen zat er meestal niet in. Op een dag was daar mijn opa. Van hem was ze niet zo heel erg onder de indruk, omdat hij niet kon walsen. Daar werd hij duizelig van. Mijn opa was wel erg onder de indruk van mijn oma. Hij kwam bij haar aan de bar zitten en stelde zich voor. ‘Dook,’ zei hij. ‘Wat is dat nou voor naam?’ zei mijn oma.
Toch wist hij mijn oma te veroveren en toen mijn oma ongeveer zo oud was als ik nu, had ze zeven kinderen. Ze liep een keer met een stuk of vijf van hen door het park – één liggend in de wagen, één zittend erop en een paar ernaast lopend  – toen een voorbijganger haar vroeg: ‘Zijn die allemaal van u?’ ‘Ja,’ had ze toen gezegd. ‘En thuis heb ik er nog veel meer.’
Mijn oma vond dat ze een heel leuk leven had gehad. Hoewel er ook minder leuke dingen waren – de watersnoodramp bijvoorbeeld en de hongerwinter. En de dood van mijn opa, alweer meer dan tien jaar geleden. Ook overleefde mijn oma kanker en onderging ze ontelbare operaties, waarvan ze elke keer weer herstelde. Een paar jaar geleden nog zat ze in een auto die over de kop vloog, omdat mijn oom achter het stuur in slaap was gevallen. Er zijn foto’s van mijn oma aan de rand van de snelweg, nadat ze door de brandweer uit de auto is bevrijd, waarop ze er net zo vredig uitziet als altijd.
‘Het gaat in het leven toch nooit precies zoals je wilt,’ zei mijn oma. ‘Het belangrijkste is dat je tevreden bent.’
‘Zo te horen bent u wel gelukkig geweest,’ vatte ik samen.
‘Ik ben nog steeds heel gelukkig,’ zei mijn oma. ‘Laat mij nog maar een paar jaar zo doorgaan.’