Vakantie

4 juli 2012

Ik danste een week lang in de Franse bergen. Nu weet ik niet of het zin heeft daar heel veel over los te laten, want schrijven over dansen is immers net zoiets als praten over seks: het komt nooit echt in de buurt. Dat is trouwens ook de reden dat we Vederlicht willen verfilmen. Omdat kijken naar dansen alweer iets dichter in de buurt komt.
Hoe dan ook, voor wie nog nooit een week heeft gedanst in de Franse bergen en dat ook zeker nooit van plan is, zo ziet zo’n week er ongeveer uit: je slaapt in een warm tentje, je douchet onder koude douches en je ontbijt elke ochtend vroeg met havermoutpap omdat daar veel magnesium in zit. Je hebt zo’n vier uur per dag dansles in een buitenzaal met uitzicht op de bergen en nog zo’n twee uur per dag oefentijd, en tussendoor mag je in het zwembad liggen om je blessures te weken. O, en er is eten, waarvan je drie keer zoveel eet als normaal, maar toch heb je een uur later alweer trek. Als je lichaam om chocola schreeuwt, ben je aangewezen op gedroogde abrikozen.
Je praat de hele week met mensen over dansen. Waarom bepaalde moves al dan niet werken en naar welke buitenlandse workshops je hierna nog allemaal gaat en waarom (niet). Er wordt ook wel wat geroddeld maar dan toch met name over waarom die en die in dat en dat level zit, terwijl hij eigenlijk toch echt in dat andere level thuis hoort. En je evalueert uitgebreid je frustraties, zoals technieken die je eerst anders zijn aangeleerd en die je nu weer moet afleren voordat je verder kunt. De docent legt uit dat mensen nu eenmaal alles in dozen stoppen en opruimen, omdat ze dat overzichtelijk vinden, maar dat je hier bent gekomen om al die dozen weer open te maken en uit te pakken en opnieuw te sorteren. Dat dat eigenlijk een metafoor is voor alles in het leven, zoals alles in het dansen een metafoor is voor het leven.
Je houdt de hele week mannen hun hand vast, maar aan het eind van de week weet je nog steeds niet wat voor werk ze doen. Hoewel je dat eigenlijk wel kunt raden, want om onverklaarbare redenen doen eigenlijk alle mannen die dansen iets met cijfers, computers of robots. Net zoals alle vrouwen iets met kunst, zang of psychologie doen. Maar die vrouwen, die spreek je eigenlijk nog minder, omdat je niet met ze danst.
Er zijn elke avond feestjes waar je op zich tijd zou hebben om bij te praten, maar daar wordt alleen maar nog meer gedanst. Diepzinnige gesprekken kun je wel vergeten, want er wordt alleen cola en water geschonken met als gevolg dat iedereen die even niet danst nog steeds over dans praat. Vervolgens heb je zo’n vijf uur tijd om te slapen, en dan begint alles weer van voor af aan. En op de een of andere manier werkt dat allemaal heel ontspannend.
Na een week ben je best wel bruin, vier kilo afgevallen, heb je zulke onrustige benen dat je eigenlijk niet meer stil kunt zitten, maar slaap je op de terugweg naar Nederland toch overal doorheen. Waarna je thuis nog eens twaalf uur slaapt, wakker wordt en eigenlijk maar één ding kunt denken: mag ik weer terug? Maar in plaats daarvan haal je diep adem, stap je uit bed en doe je weer mee met het gewone leven.