Cake

5 april 2012

We gingen langs bij de Amerikaan, die weer in het land was, nadat hij twee maanden met zijn band door Texas had getourd. Dat was leuk, vertelde hij, vooral toen de camper van van de band het begaf en ze drie dagen vastzaten in een gehucht dat luisterde naar de naam Eden, waar de reparateur van de bus niets liever wilde dan het vijftal leren schieten, en het enige motel van het dorp was opgeleukt met een opgezet hert met kleren aan en een zwembad dat eruitzag als een vijver.
Het huis van de Amerikaan leek op een kringloopwinkel: alle stoelen waar we op zaten hadden doorgezakte poten en wiebelden gevaarlijk heen en weer. Een bungelend peertje was versierd met een kerstster. De bank leek afkomstig uit een oude bioscoop. Precies een huis voor jou, zei mijn zus tegen de Amerikaan. De enige andere Nederlandse was er ook, ze had haar pyjama aan. ‘Eindelijk weer eens een etentje waar ik in mijn pyjama naartoe kon,’ zei ze. Ze zat midden in een verhuizing en al haar kleren zaten in dozen. De Franse gaf haar tips voor de verhuizing zoals alleen een producent dat kan. Of ze ook zijn leven kon produceren, vroeg de Amerikaan.
De Duitse lakte haar nagels in tien verschillende kleuren. De Amerikaan lakte een van zijn nagels legergroen. De Franse – die alle nagellak uit Parijs had meegenomen – serveerde zelfgebakken cake met groen ijs en vertelde dat ze binnenkort ergens aan de westkust ging wonen om te surfen en cake te verkopen. Maar eerst ging ze nog naar vijf internationale filmfestivals. Wij niet – wij gingen alleen naar Cannes. De Franse was daar al dertien keer geweest. Voor de Amerikaan werd het zijn derde keer: hij haalde herinneringen op aan het jaar dat een producent hem ertoe had gedwongen elke dag belangrijke filmmakers op te zoeken in hun hotelkamers om te vragen of ze interesse hadden in zijn script. Hij zei dat hij daar meestal huilend vandaan kwam. Ook had hij regelmatig in smoking in lange rijen buiten staan wachten tussen andere mensen in galakleding, tot bij de ingang bleek dat zijn pas niet de juiste symbolen bevatte om de film bij te wonen. ‘En niemand kan je van tevoren uitleggen welk symbool waar voor staat,’ benadrukte hij.
Wij zagen ineens een beetje op tegen ons Cannes-avontuur. Of we misschien indien nodig bij hem konden uit huilen, vroegen we. Nee, zei hij, want ik ben dan waarschijnlijk zelf al aan het huilen. Maar de Mexicaan is er ook, vervolgde hij, en die hoeft vast niet te huilen. En de Engelsman, zei ik hoopvol. Die is de eerste die huilt, zei de Amerikaan.
Maar er was ook hoop. De meeste galavertoningen werden de volgende ochtend vroeg opgevolgd door een industry screening, die we gratis en voor niets konden bijwonen en waar bijna niemand vanaf wist. En bovendien scheen in Cannes altijd de zon, stelde de Amerikaan ons gerust. Wij dachten verlangend aan kustplaatsen waar we konden surfen en cake verkopen.