Sinterklaassshh

6 december 2011

We vierden Sinterklaas met onze buitenlandse klasgenoten, of ‘Sinterklaassshh’ zoals zij de goedheiligman hadden gedoopt. Van tevoren zorgde dit voor nogal wat opschudding, want Sinterklaassshh was een racist. En ze weigerden de verjaardag te vieren van een racist. Wij stamelden dat Zwarte Piet zwart was vanwege het roet in de schoorsteen en dat het nu eenmaal een lange traditie was waar Nederlanders niet zo makkelijk afstand van deden. Uiteindelijk kwamen we overeen dat we wel Sinterklaas zouden vieren, zolang er maar geen Zwarte Pieten aan te pas kwamen. Alleen de Singaporese zei dat ze uit principe niet zou meedoen aan ‘the name pulling thing’.
Toen de lootjes getrokken waren, was het nog niet gedaan met de opwinding, want hoe zat dat nu met dat gedicht dat ze moesten schrijven: mocht daar nu wel of niet je naam onder staan, moest je het inpakken en waar moest het eigenlijk over gaan? De Amerikaan mailde me dat hij mijn zusje had getrokken en of ik misschien wat geheimen van haar wilde onthullen die hij in het gedicht kon verwerken. Ik mailde terug dat het niet de bedoeling was dat hij vertelde wie hij had getrokken. Hij schreef dat hij er hoe dan ook erg naar uitkeek en dat als hij er nog meer naar uit zou kijken, het ongezond zou zijn.
Het feest zelf werd een groot succes, met een dozijn buitenlanders die ‘Sinterklaas kapoentje’ zongen, pepernoten die door de lucht vlogen (‘wij wisten niet dat Sinterklaassshh zo geweldadig was’), indrukwekkende Engelse gedichten, Hollandse erwtensoep, Marokkaanse cadeaus, een open haard, warme chocolademelk, een Sint die opvallend veel dvd’s had ingepakt dit jaar (voor mij de zwembadfilms Swimming Pool en Dogtooth) en een welgemeend ‘dank u Sinterklaaassshhje’ aan het einde van de avond.
Ikzelf lag met een dekentje op de bank vanwege een lichte longontsteking het geheel een beetje gade te slaan en ik bedacht dat het lang geleden was dat ik tijdens de feestdagen zo’n warm familiegevoel had ervaren. ‘Ja,’ beaamde de Amerikaan, ‘toen ik in India was, vroeg iemand waar ik vandaan kwam en ik keek hem heel lang aan en toen zei ik: ik weet het niet.’ De Amerikaan was niet de enige die overwoog om na het Binger in Amsterdam te blijven wonen omdat hij zich hier meer thuis voelde dan thuis.
Het zou zomaar kunnen dat er voor onze klasgenoten met deze avond weer een extra reden was bij gekomen om zich hier blijvend te vestigen. Toen we terug naar huis liepen vatte de Uruguayaan samen: ‘Sinterklaasssshh is toch minder racistisch dan ik dacht. En ik ga nooit meer kerst vieren met die stomme kerstman. Sinterklaassshh bestaat tenminste echt.’