Hobby

8 augustus 2011

Terwijl de meeste mensen op vakantie waren, werkte ik me een slag in de rondte voor dat ene blaadje en dat andere blaadje, dacht ik na over de topklas proza die ik zou gaan geven in samenwerking met een uitgeverij, had ik contact met twee redacteuren over een manuscript dat ik had ingeleverd, begeleidde ik zelf manuscripten, werkte ik me door de vier scenarioboeken heen die ik moest lezen voor de opleiding aan het Binger die in september zou aanvangen (althans, dat probeerde ik – boek één was zo dik dat het me al wekenlang in zijn greep hield), probeerde ik tijd in te ruimen voor mijn nieuw te schrijven roman en dan was er ook nog die verrekte hobby (dansen) die eigenlijk allang geen hobby meer was, omdat er blijkbaar toch nog ergens een gen in mij zat dat meer dan vijftien jaar had geslapen maar nu weer was geactiveerd en dat ervoor zorgde dat ik eigenlijk net zo lief alles uit mijn handen liet vallen, als ik maar kon dansen. Ik hoor nog de woorden van een van mijn docenten toen ik op veertienjarige leeftijd het Conservatorium verliet: ‘O wee als je voor gek gaat staan in een of ander amateuristisch clubje’, en ergens verheugde ik me over het feit dat ik dat dan eindelijk alsnog deed. Ik had alleen niet zien aankomen dat het danswereldje waarin ik nu was terechtgekomen helemaal niet zo amateuristisch was: de fanatiekelingen trokken in hun vrije tijd al dansend half Europa door of verbleven hun hele zomervakantie op een danskamp in een gehucht in Zweden dat wekenlang duurde, en dat alles werkte dan weer zo besmettelijk dat ik het dansen weer bijna net zo serieus nam als vroeger, waardoor ik er eigenlijk gewoon nog een parttime baan bij had.
Gelukkig was daar de vriendin die weer een collega had die een huis had in Lissabon met een paar slaapkamers en drie badkamers en daar mochten we zomaar in, ‘Alles is er al,’ had die collega gezegd, ‘Jullie hoeven alleen maar zomerjurkjes mee te nemen. En ik wil er niets voor terug.’ Gek genoeg waren we allebei zo druk dat we nog best lang over dit voorstel moesten nadenken, het kon toch niet zo zijn dat we zomaar een week lang in de stralende zon gingen níetsen? Maar volgens de collega – die waarschijnlijk helemaal geen echte collega was maar een soort engel – kon dit best en aangezien het weer hier ook maar niet beter wilde worden (een paar dagen geleden besefte ik ineens met een schok dat de zomer allang bezig was, terwijl ik nog steeds in de illusie leefde dat het voorjaar nog nauwelijks van start was gegaan), boekten we toch die vliegtickets.
‘En ik ga ook niet dansen daar,’ zei ik tegen een dansvriendin. ‘Ik weet niet eens of daar wel een scene is.’
‘O jawel hoor,’ zei de dansvriendin. ‘Ik ken genoeg mensen daar. Zal ik je aan ze voorstellen?’
Ik dacht even na. ‘Ja, leuk,’ zei ik toen. ‘Heel graag.’
Maar gelukkig is ze er nog niet op teruggekomen.

 

CharlestonJB - 400x258

Foto: de Volkskrant, Joost van den Broek (c)'11