Oud papier

15 juni 2010

Ik stond met een overvolle tas vol oud papier bij de container met kleine stapeltjes tegelijk papier naar binnen te schuiven door een opening die veel weg had van een brievenbus, toen er een roodharige, bleke zwerver op me af stapte.
‘Hey lady,’ zei hij. ‘Look. I am not sure if it works, but...’ Met een armzwaai trok hij de bovenkant van de oud-papier-container open, normaal gesproken alleen bedoeld voor de vuilnismannen die het papier kwamen ophalen.
‘Zie je wel,’ schakelde hij over naar het Nederlands. ‘Het slot is kapot. Nu kun je het er zo in één keer ingooien.’ Hij keek me triomfantelijk en ietwat lodderig aan, terwijl ik de tas omkieperde en hem bedankte. In zijn hand hield hij een blik Euroshopper-bier.
‘Weet je wat zo jammer is?’ vervolgde hij. ‘Hier wordt het allemaal netjes gescheiden, maar uiteindelijk wordt het gewoon weer op één grote hoop gegooid. Weet je hoe ik dat weet? Ik heb jarenlang bij de vuilnisdienst gewerkt. Eerst in Londen, toen hier. Het is overal hetzelfde.’
‘Hoe lang is dat dan geleden?’ vroeg ik. Ik had onlangs nog een folder in de bus ontvangen om voortaan ook het plastic afval te scheiden.
‘Zes jaar,’ zei hij. ‘Maar het gaat nog steeds zo, hoor.’ Plotseling werd zijn aandacht afgeleid door iemand die aan de overkant van de straat liep. ‘Hey, schatje!’ riep hij.
Een breedgeschouderde man met kort geschoren haar en een koptelefoon op, voelde zich aangesproken. Hij haalde de koptelefoon uit zijn oor en draaide zich om.
‘Zei je wat?’ vroeg hij enigszins dreigend aan de zwerver.
De zwerver barstte in een hinnekend lachen uit. ‘Dat is nou ook grappig, dat jij je omdraait.’
‘Wat zei je?’ vroeg de man met de brede schouders. ‘Moet ik je soms in het water gooien? Ik gooi je zo in het water hoor.’
De zwerver verstond hem niet goed, omdat hij te hard lachte. ‘Je hoorde me wel,’ lachte hij.
‘Ik gooi je in het water hoor,’ dreigde de man weer. ‘Mevrouw, viel hij u lastig? Moet ik hem in het water gooien?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Ik had geen last van hem.’
‘Anders zeg je het maar hoor. Dan gooi ik hem in het water.’
De zwerver had intussen door dat hij moest ophouden met lachen. Hij droop af, en ging weer naast zijn zwerversvrienden zitten, op de bankjes aan de gracht.
De breedgeschouderde man zette zijn koptelefoon weer op en liep verder.
Ik ging maar weer eens naar huis, met een lege tas zonder oud papier.