- 13 januari 2012
- 27 december 2011
- 19 december 2011
- 6 december 2011
- 22 november 2011
- 7 november 2011
- 27 oktober 2011
- 14 oktober 2011
- 26 september 2011
- 18 september 2011
- 11 september 2011
- 1 september 2011
- 26 augustus 2011
- 8 augustus 2011
- 26 juli 2011
- 12 juli 2011
- 28 juni 2011
- 15 juni 2011
- 7 juni 2011
- 27 mei 2011
- 18 mei 2011
- 5 mei 2011
- 27 april 2011
- 15 april 2011
- 4 april 2011
- 29 maart 2011
- 18 maart 2011
- 11 maart 2011
- 4 maart 2011
- 25 februari 2011
- 14 februari 2011
- 5 februari 2011
- 26 januari 2011
- 21 januari 2011
- 11 januari 2011
- 4 januari 2011
- 24 december 2010
- 13 december 2010
- 1 december 2010
- 17 november 2010
- 9 november 2010
- 3 november 2010
- 27 oktober 2010
- 20 oktober 2010
- 13 oktober 2010
- 5 oktober 2010
- 22 september 2010
- 15 september 2010
- 7 september 2010
- 11 augustus 2010
- 3 augustus 2010
- 28 juli 2010
- 21 juli 2010
- 14 juli 2010
- 7 juli 2010
- 29 juni 2010
- 23 juni 2010
- 15 juni 2010
- 2 juni 2010
- 26 mei 2010
- 18 mei 2010
- 12 mei 2010
- 5 mei 2010
- 29 april 2010
- 21 april 2010
- 14 april 2010
- 8 april 2010
- 1 april 2010
- 25 maart 2010
- 16 maart 2010
- 15 februari 2010
- 2 februari 2010
- 12 januari 2010
- 5 januari 2010
Huiselijk
2 juni 2010
Sinds de kat van de onzichtbare buurman dood is, mogen mijn katten bij hem rondlopen. Met een schuin aflopend houten blokje mag ik de hor, ooit bedoeld om buurmans kat op zijn eigen verdieping te houden, op een kier zetten. Mijn ene kat, die ik hier meestal Poes noem, haalt haar neus op voor die hele verdieping van de onzichtbare buurman. Heel soms doet ze twee minzame stappen naar binnen, om algauw te concluderen dat dit niet aan haar is besteed en op een drafje weer naar beneden te rennen. Mijn andere kat, ook wel Kat genaamd, is echter kind aan huis bij de onzichtbare buurman. Wat Kat daar precies uitspookt weet ik niet, maar in elk geval zie ik hem zelden meer.
Sinds Kat vrienden is geworden met de onzichtbare buurman, is de onzichtbare buurman niet meer zo onzichtbaar. Hij knoopt blijmoedig praatjes met me aan en hangt zorgvuldig geschreven briefjes op mijn deur. ‘Heb Kat een oormassage gegeven, want zijn oren waren te koud.’
Laatst stond de buurman boven aan de trap.
‘Jan,’ riep hij – daar bedoelde hij mij mee.
‘Ja?’
‘Ik heb de trap gestofzuigd. En de hor. Ik ben er al de hele dag druk mee.’
Ik keek naar de hor, al jaren ondoorzichtig door een dikke laag stof, maar nu kon je er zomaar doorheen kijken.
‘Geweldig,’ zei ik. ‘Wat huiselijk.’
‘Ik ben ook heel huiselijk,’ zei de buurman. ‘Het komt doordat ik onlangs ben geopereerd. Ik kon al heel lang niet meer lopen. Meestal kroop ik door de woonkamer en dacht ik: wat doe je nou? Maar ik kon niet meer opstaan.’
‘Meen je dat nou?’ vroeg ik. Ik had de onzichtbare buurman nog nooit zien kruipen, maar ik zag hem dan ook niet zo vaak. ‘Wat vervelend. Wat had je dan?’
‘Het was iets in mijn lijf. Moeilijk uit te leggen. Het hield het midden tussen een rariteit en een zeldzaamheid, weet je wel.’
‘Maar nu gaat het dus weer beter.’
‘Ja. Ik ga ook nog een extra hor maken. Want de Tijgermug is weer gesignaleerd en die wil ik niet in mijn huis. Ik maak er nog eentje hier voor de deur, met een speciale doorgang voor de katten. Dan kunnen ze nog wel in en uit lopen. Je moet ze de vrijheid geven hè, anders worden ze gek.’
‘Nou, super hoor,’ zei ik. ‘Fijn dat je weer zo mobiel bent.’
‘Ja,’ zei de buurman trots. ‘Je zou niet zeggen dat ik al bijna 65 ben, of wel?’
‘Absoluut niet,’ beaamde ik, voordat ik weer terugliep naar mijn keuken, waar ik de rabarber doorroerde die op het vuur stond – ook ik had een huiselijke dag.


