Geloof

26 mei 2010

Ik liep op straat met twee boodschappentassen in mijn hand, een beetje in gedachten verzonken, toen een vrouw me aanklampte.
‘U bent een kostbare parel,’ zei ze, terwijl ze me stralend aankeek.
‘O,’ zei ik, ‘dank u wel.’ Hierop drukte ze me een foldertje in de hand en liep weer verder.
‘U ook,’ wilde ik eigenlijk nog zeggen, want mensen die je zomaar op straat complimenten geven tref je niet elke dag, maar ze was alweer verderop andere mensen aan het aanspreken.
Een paar dagen later knoopte ik een praatje aan met de loodgieter die een lekkage kwam verhelpen.
‘Weet je wat het rare is van Dodenherdenking?’ vroeg hij me. ‘Ze vragen ons om de slachtoffers te herdenken, terwijl ze zelf alleen maar oorlogen beginnen. Weet je hoe dat komt?’
‘Nee,’ zei ik, want ik had geen idee waar hij op doelde.
‘Heb je wel eens van de Red Dragon Bloodlines gehoord? Moet je maar eens op YouTube kijken. Ik weet misschien niet heel veel, maar ik heb me er behoorlijk in verdiept op internet en het blijkt dat alle leiders afstammen van koning Solomon. Die leefde een paar eeuwen voor Christus, maar pin me daar niet op vast. En in die tijd zijn ze begonnen met belastingen heffen om er zelf rijker van te worden. Ze proberen de gewone man arm en dom te houden, begrijp je wel?’
Ik knikte aarzelend, in de hoop op verdere uitleg.
‘Nou, mijn persoonlijk overtuiging is – maar dat zal je wel vreemd in de oren klinken –, dat er ten tijde van koning Solomon aliens zijn ingetreden in de wereldleiders, en die hebben zich langzaam verspreid over de hele wereld. Ze zijn nu alleen nog aan het wachten tot ze genoeg geld verzameld hebben en uiteindelijk gaan ze er met het goud vandoor, terug naar hun planeet, en laten ons berooid achter.’
‘Echt waar?’ vroeg ik.
‘Ja,’ zei de loodgieter. ‘Zo denk ik er tenminste over. Maar de meeste mensen haken af zodra ik over aliens begin.’
‘Dat begrijp ik wel.’
‘Ja, maar ik heb me er voldoende in verdiept. Sinds het internet bestaat is het moeilijker om dit soort geheimen verborgen te houden voor de gewone man. Dus de waarheid zal vanzelf wel aan het licht komen.’
‘Dat denk ik ook,’ zei ik, en ik vroeg me af wat de vrouw van de kostbare parel ervan zou vinden.