Laatste draaidag

29 april 2010

Nog een paar keer ging ik langs op de set om te kijken hoe het ging. Het bleek wonderbaarlijk goed te gaan. De acteurs waren geweldig, en ook alle bijrollen werden precies zo ingevuld als we het bedoeld hadden – en beter. Het jongetje dat ik op het pleintje achter mijn huis had gevonden, bleek een waar acteerwonder. Als hij niet aan de beurt was, rende hij alle kanten op, stak onverwachts straten over en joelde erop los (er werd speciaal iemand in dienst genomen om hem bij tijd en wijle bij zijn capuchon te grijpen), maar eenmaal voor de camera was hij ineens bijna timide en zei hij keurig en lieftallig glimlachend zijn zinnetjes op.
‘Weet je nog wie ik ben?’ vroeg ik, toen hij naast me stond te wachten op zijn beurt.  
‘Ja,’ zei hij, ‘Maar ik wil even zeggen dat ik het niet eerlijk vind.’
‘Wat vind je niet eerlijk?’ vroeg ik.
‘Dat alleen ik ben uitgekozen. Maar mijn broertje zei dat hij films toch maar saai vond en hij mag nu in Sesamstraat.’
‘Gelukkig maar,’ zei ik.
Ook het jongetje dat tijdens de casting extreem verlegen was, maar ons hart had gestolen door te zeggen dat hij ‘misschien wel gewonnen had’, kwam pas goed tot zijn recht toen hij voor de camera stond. Alle verlegenheid was eraf en hij schreeuwde om het hardst (hetgeen bij zijn rol hoorde).
Gisteren was de laatste draaidag. Een paar schrijversvrienden vervulden edelfigurantenrollen en waren daarin zo droogkomisch dat ik mijn best moest doen niet heel hard door de geluidsopnames heen te lachen. Datzelfde gold – zag ik even later – voor de aanwezige actrice, de regisseur, de opnameleider en de cameraman. Alleen de schrijversvrienden zelf vielen geen moment uit hun rol. Ook waren ze erg content met het predikaat ‘edelfigurant’. ‘Denk maar niet dat we met de gewone figuranten gaan praten,’ zeiden ze.
Ik bleef hangen tot het eten werd opgediend – verse asperges met aardappels en ei.
‘Als het eten slecht is, wordt het ook een slechte film,’ hoorde ik iemand zeggen.
Gelukkig smaakte het eten voortreffelijk.