- 7 mei 2012
- 1 mei 2012
- 24 april 2012
- 11 april 2012
- 5 april 2012
- 22 maart 2012
- 16 maart 2012
- 1 maart 2012
- 21 februari 2012
- 10 februari 2012
- 26 januari 2012
- 13 januari 2012
- 27 december 2011
- 19 december 2011
- 6 december 2011
- 22 november 2011
- 7 november 2011
- 27 oktober 2011
- 14 oktober 2011
- 26 september 2011
- 18 september 2011
- 11 september 2011
- 1 september 2011
- 26 augustus 2011
- 8 augustus 2011
- 26 juli 2011
- 12 juli 2011
- 28 juni 2011
- 15 juni 2011
- 7 juni 2011
- 27 mei 2011
- 18 mei 2011
- 5 mei 2011
- 27 april 2011
- 15 april 2011
- 4 april 2011
- 29 maart 2011
- 18 maart 2011
- 11 maart 2011
- 4 maart 2011
- 25 februari 2011
- 14 februari 2011
- 5 februari 2011
- 26 januari 2011
- 21 januari 2011
- 11 januari 2011
- 4 januari 2011
- 24 december 2010
- 13 december 2010
- 1 december 2010
- 17 november 2010
- 9 november 2010
- 3 november 2010
- 27 oktober 2010
- 20 oktober 2010
- 13 oktober 2010
- 5 oktober 2010
- 22 september 2010
- 15 september 2010
- 7 september 2010
- 11 augustus 2010
- 3 augustus 2010
- 28 juli 2010
- 21 juli 2010
- 14 juli 2010
- 7 juli 2010
- 29 juni 2010
- 23 juni 2010
- 15 juni 2010
- 2 juni 2010
- 26 mei 2010
- 18 mei 2010
- 12 mei 2010
- 5 mei 2010
- 29 april 2010
- 21 april 2010
- 14 april 2010
- 8 april 2010
- 1 april 2010
- 25 maart 2010
- 16 maart 2010
- 15 februari 2010
- 2 februari 2010
- 12 januari 2010
- 5 januari 2010
Marathonschrijvers
29 maart 2011
Zondagochtend, heel vroeg, de stad hult zich in ochtendnevel die een prachtige dag belooft. De zomertijd is ingegaan, de eerste bloesem bloeit. In Huize Frankendael hebben zich ruim veertig kandidaten verzameld bij wat de eerste Grote Schrijfmarathon van de stad zal worden. Opgewonden zijn ze, maar ook ‘zonder verwachtingen’.
Ook ik ben zonder verwachtingen. Toen ik een tijd geleden aangaf een keer een ander soort schrijfles te willen geven dan normaal, in de vorm van een marathon, had ik niet zien aankomen dat dit het grote jubileumevenement zou worden, ter ere van het tienjarig bestaan van het Schrijfatelier. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of al deze mensen het leuk zullen vinden om van ’s ochtends vroeg tot ’s middags laat te schrijven, non stop, vrijwel zonder de pen van papier te halen. Maar mochten ze het niet leuk vinden, dan halen we in elk geval geld op voor het goede doel, want iedere deelnemer brengt een sponsor in die 1 cent per geschreven woord betaalt.
Tijdens mijn ‘les’ pakken de marathonschrijvers een denkbeeldige koffer uit en creëren ze op basis daarvan een personage, in een grillig reisverhaal waarin ze uiteindelijk zelf ook een personage worden. In de vroege ochtend zie ik nog wat pennen stilstaan, wat blikken naar buiten, naar de bomen waar vogels hun nestjes bouwen. Maar algauw raken ze op stoom, zie ik verhitte hoofden, driftige schrijfbewegingen, het omslaan van alweer een pagina in een notitieblok. ‘Nee, niet weer iets zeggen, we waren de koffer nog aan het uitpakken,’ protesteren ze als ik de volgende aanwijzing geef voor hun verhaal. Aan het einde van de dag zijn ze moe, hebben ze schrijfkramp en beginnend eelt op hun vingers, maar vooral zijn ze tevreden. ‘Waar haal ik het allemaal vandaan?’ zeggen ze, en: ‘Staat er straks wel een uitgever bij de deur?’
Tijdens de borrel wordt de eindscore bekend gemaakt: met elkaar hebben we 100.000 woorden bij elkaar geschreven, een vuistdikke roman, en daarmee 4500 euro opgehaald. Een hele prestatie. Op het open podium na afloop worden de wildste verhalen voorgelezen: nu pas hoor ik wat wat voor bizarre creaties er uit sommige koffers tevoorschijn zijn gekomen. De kinderen, voor wie er een minimarathon was, willen allemaal even op de voorleesstoel zitten. Dat een Schrijfmarathon vooral ook heel erg leuk is, blijkt wel uit de aandoenlijke briefjes die zij op tafel hebben achtergelaten voor hun schrijfdocent. ‘Ik hoop dat je dit briefje vindt en anders geeft iemand anders het misschien wel. De schrijfles was zzuper! Echt vantaztico!’ En: ‘Bedankt voor de geweldige lessen. Ik hoop dat je een gelukkig leven hebt en dat je nog veel kan lezen. Ik ga het hier wel een beetje missen.’


