Opruiming

5 mei 2010

Er waren jaren dat ik zoveel mogelijk spullen probeerde te verzamelen om mijn huis en kasten te vullen: boeken, kleren, prullaria. Ik herinner me de tijd dat mijn enorme boekenkast grotendeels leeg was, op twee eenzame planken met boeken na, en dat mijn huis nog niet echt levend oogde omdat ik vrijwel niets bezat. Inmiddels puilt mijn boekenkast uit, evenals mijn kledingkast en de rest van het huis, en ben ik aan het omgekeerde proces begonnen: zoveel mogelijk zien kwijt te raken.
Omdat weggooien niet in mijn aard ligt, organiseerde ik onlangs, geheel volgens de laatste ecotrends, een kledingruil. Een goede reden om al die kleren waarvan je zeker weet dat je ze ooit nog gaat dragen – maar niet nu –, eindelijk de deur uit te doen. Het werd een hilarische avond, waarbij outfits uit de jaren tachtig en negentig voorbijkwamen en een van de genodigden dansend op tafel eindigde in een lange leren rok met een veel te grote, net niet bijpassende, leren jas erboven. Zelf ruilde ik mijn afdankertjes voor een paar prachtige stuks waar de kaartjes nog aan hingen. Enige minpuntje: na afloop van de avond bleven er vijf vuilniszakken met kleren in mijn woonkamer achter. En die kon ik natuurlijk niet weggooien.
Dus besloot ik op Koninginnedag een kraampje op te zetten voor de deur. Alles voor één euro. Ik viste nog wat vergeten spullen van zolder (een oud snowboard, een leren motorpak, een paar Dr. Martens uit 1995), die ik toevoegde aan de collectie. Omdat ik had gehoord dat mensen al vanaf vijf uur hun stalletjes gingen opzetten en vochten om het beste plekje, was ik rond vier uur al klaarwakker. Samen met mijn oudste zus (doorgaans ook niet echt een weggooier) sleepte ik met slaperige ogen alle zooi de trap af. Rond halfzes zaten we buiten, ingepakt in dikke jassen en wollen sjaals, een extra sterke koffie te drinken. Om zes uur ontvingen we onze eerste klanten, ‘Wij doen dit elk jaar, het is een sport’, die de mooiste dingen eruit visten. Later op de ochtend kocht een klein, dun meneertje het leren motorpak (maatje 36), vertrok een blij meisje met het snowboard onder de arm en liep een jonge homo dolgelukkig weg op mijn Dr. Martens.
Rond het middaguur pakte ik de boel in. Alles wat over was gebleven gooide ik zonder pardon in de kledingcontainer onder het motto: als niemand het hoeft te hebben, dan ik zeker ook niet. Ik telde mijn inkomsten: honderddertig euro. Een paar dagen later kocht ik er een nieuwe zonnebril van – hij nam maar heel weinig ruimte in in de kast.