- 7 mei 2012
- 1 mei 2012
- 24 april 2012
- 11 april 2012
- 5 april 2012
- 22 maart 2012
- 16 maart 2012
- 1 maart 2012
- 21 februari 2012
- 10 februari 2012
- 26 januari 2012
- 13 januari 2012
- 27 december 2011
- 19 december 2011
- 6 december 2011
- 22 november 2011
- 7 november 2011
- 27 oktober 2011
- 14 oktober 2011
- 26 september 2011
- 18 september 2011
- 11 september 2011
- 1 september 2011
- 26 augustus 2011
- 8 augustus 2011
- 26 juli 2011
- 12 juli 2011
- 28 juni 2011
- 15 juni 2011
- 7 juni 2011
- 27 mei 2011
- 18 mei 2011
- 5 mei 2011
- 27 april 2011
- 15 april 2011
- 4 april 2011
- 29 maart 2011
- 18 maart 2011
- 11 maart 2011
- 4 maart 2011
- 25 februari 2011
- 14 februari 2011
- 5 februari 2011
- 26 januari 2011
- 21 januari 2011
- 11 januari 2011
- 4 januari 2011
- 24 december 2010
- 13 december 2010
- 1 december 2010
- 17 november 2010
- 9 november 2010
- 3 november 2010
- 27 oktober 2010
- 20 oktober 2010
- 13 oktober 2010
- 5 oktober 2010
- 22 september 2010
- 15 september 2010
- 7 september 2010
- 11 augustus 2010
- 3 augustus 2010
- 28 juli 2010
- 21 juli 2010
- 14 juli 2010
- 7 juli 2010
- 29 juni 2010
- 23 juni 2010
- 15 juni 2010
- 2 juni 2010
- 26 mei 2010
- 18 mei 2010
- 12 mei 2010
- 5 mei 2010
- 29 april 2010
- 21 april 2010
- 14 april 2010
- 8 april 2010
- 1 april 2010
- 25 maart 2010
- 16 maart 2010
- 15 februari 2010
- 2 februari 2010
- 12 januari 2010
- 5 januari 2010
Ein Berliner
7 juni 2011
En toen was ik ineens in Berlijn, de stad waaraan ik tien jaar geleden mijn hart had verpand toen ik er in een kleine studentenkamer in de buurt van de Schlachtensee, aan Soms mis je me nooit schreef, en later op de dag door de Berlijnse hofjes slenterde of in het meer zwom en inspiratie opdeed voor De droomfotograaf.
Net als alle vorige jaren was de stad weer veranderd en toch hetzelfde gebleven: nog altijd trof je er rommelige stadsstrandjes waar kleurige biologische limonade werd gedronken, jonge vaders met baby’s in een draagdoek op de buik, marktkraampjes waar zelfgemaakte kleding en sieraden werden verkocht, schaduwrijke biertuinen waar pretzels en maïskolven werden geserveerd, en meren waar je je in ouderwetse kleedhokjes in badpak kon hullen. Ook kon je nog altijd overal tot zes uur ’s avonds ontbijten, gingen de clubs en de stranden pas dicht als iedereen naar huis was, bestond de toegangsprijs meestal uit een paar euro dan wel een vrijwillige bijdrage, en leken de meeste mensen voornamelijk bezig met ofwel het maken van kunst of het zich anderszins creatief uiten, ofwel het zonder enige haast hangen in de tropisch hete zon.
Berlijn laat zich het beste kennen door af te gaan op de tips van de mensen die toevallig op je pad komen en zo belandde ik dit keer onder meer op een guerilla gardening-festival, waar ik in een zandafgraving op een zitzak naar obscure Berlijnse bandjes luisterde, ontmoette ik een illustratrice die bijzonder fijnzinnige sprookjestekeningen verkocht (ook al tegen een vrijwillige bijdrage) en danste ik ’s avonds de Lindy Hop met de Berlijners, in een underground tentje waar oude versleten banken aan touwen schommelden, in de tuin knapperige steenovenpizza’s werden verkocht, en op het podium een fantastische swingband speelde, opgeluisterd met optredens van zangeressen op leeftijd in lange rode avondjurken, die later het publiek leerden hoe ze al tapdansend de Shim Sham moesten uitvoeren.
Kortom, eenmaal terug in Amsterdam overheerste er één gedachte: welk excuus zou ik het beste kunnen aangrijpen om te zorgen dat ik zo snel mogelijk weer terug kan?


