- 13 januari 2012
- 27 december 2011
- 19 december 2011
- 6 december 2011
- 22 november 2011
- 7 november 2011
- 27 oktober 2011
- 14 oktober 2011
- 26 september 2011
- 18 september 2011
- 11 september 2011
- 1 september 2011
- 26 augustus 2011
- 8 augustus 2011
- 26 juli 2011
- 12 juli 2011
- 28 juni 2011
- 15 juni 2011
- 7 juni 2011
- 27 mei 2011
- 18 mei 2011
- 5 mei 2011
- 27 april 2011
- 15 april 2011
- 4 april 2011
- 29 maart 2011
- 18 maart 2011
- 11 maart 2011
- 4 maart 2011
- 25 februari 2011
- 14 februari 2011
- 5 februari 2011
- 26 januari 2011
- 21 januari 2011
- 11 januari 2011
- 4 januari 2011
- 24 december 2010
- 13 december 2010
- 1 december 2010
- 17 november 2010
- 9 november 2010
- 3 november 2010
- 27 oktober 2010
- 20 oktober 2010
- 13 oktober 2010
- 5 oktober 2010
- 22 september 2010
- 15 september 2010
- 7 september 2010
- 11 augustus 2010
- 3 augustus 2010
- 28 juli 2010
- 21 juli 2010
- 14 juli 2010
- 7 juli 2010
- 29 juni 2010
- 23 juni 2010
- 15 juni 2010
- 2 juni 2010
- 26 mei 2010
- 18 mei 2010
- 12 mei 2010
- 5 mei 2010
- 29 april 2010
- 21 april 2010
- 14 april 2010
- 8 april 2010
- 1 april 2010
- 25 maart 2010
- 16 maart 2010
- 15 februari 2010
- 2 februari 2010
- 12 januari 2010
- 5 januari 2010
Film zoekt acteur, deel II
8 april 2010
Op tweede paasdag werd ik wakker van kindergeschreeuw onder mijn raam. Twee joelende jongetjes op crossfietsjes maakten het plein achter mijn huis onveilig, constateerde ik toen ik uit het raam keek. Het was mooi weer, het was Pasen, alle reden om op te staan. Een uurtje later waren de kinderen er nog steeds. Hun geschreeuw was overgegaan in een soort lokroep, die ongeveer klonk als: ‘oe-aa-oeoeoeoeoe’. Het deed me denken aan de eerste scène uit Verre vrienden, waarin een jongetje op een fiets de kinderen in de straat verzamelt door zo’n lokroep. Nu ik er zo over nadacht: het kon toch geen toeval zijn dat er op tweede paasdag jochies onder mijn raam langs fietsten, al lokroepen uitstotend, terwijl wij nog steeds geen geschikte kandidaten hadden gevonden voor die rol?
Met nat haar een een visitekaartje in mijn hand stoof ik naar buiten. ‘Hoi,’ zei ik tegen de jongetjes op de fietsjes. ‘Wij zoeken nog kinderen die in een film willen spelen. Zou dat iets voor jullie zijn?’
De jongens trapten op hun rem en keken me argwanend aan. ‘Ik wil niet,’ zei de jongste, die vermoedelijk dacht dat ik een kinderlokker was (en zo voelde ik me ook).
‘Ik wil wel,’ zei ze oudste aarzelend. ‘Komen we dan op televisie, net als mama toen in “Ol joe niet is laf?”’
‘Jazeker,’ zei ik. ‘Is jullie moeder toevallig in de buurt?’
Gelukkig kwam de moeder juist de hoek om zetten en kon ik haar het visitekaartje overhandigen (dat overigens helemaal niet het visitekaartje was van de productieleider of een ander betrokken persoon, maar van mijn vriend, aangezien het het enige professioneel uitziende kaartje was dat ik binnen handbereik had). Hoe dan ook, de moeder was enthousiast en haar kinderen waren inmiddels ook zo verheugd dat ze uit pure vreugde met stenen begonnen te gooien.
Gisteren verschenen ze op de casting. Mijn zus, de regisseur, was dolblij met ze. ‘Ik ben helemaal verliefd op ze!’ riep ze uit. ‘Waar heb je die nou weer vandaan?’ De jongens zelf hadden nog niet helemaal door wat acteren inhield en smeten het knuffelvarken in het rond, dat eigenlijk een levend poesje moest voorstellen. ‘Maar het is toch een varken?’ zeiden ze. Vandaag komt de oudste terug op de casting, zonder zijn broertje, om te zien of hij dan iets minder snel is afgeleid.
Nog iets minder dan een week tot de eerste draaidag.


