De droomfotograaf

Fragment
Ineens had Nada de behoefte zich te laten gelden: om tastbare bewijzen te verzamelen van haar leven. Ze stond op en liet de lege kamer achter zich. Ze liep naar de logeerkamer, waar haar spullen stonden. Daar ging ze op bed zitten en ze pakte de camera van het nachtkastje, legde die in haar schoot. Ze voelde zich beter nu de camera zo dicht tegen haar aan lag. Ze pakte haar rugzak en haalde alle boeken en fotoalbums eruit. In een van de albums zat een grote envelop met de afdrukken van de droomfoto’s die ze had gemaakt. Ze bekeek ze stuk voor stuk. Ze glimlachte om al die jongens die daar lagen te slapen, niet wetend dat ze in de val gelokt waren om hun slaap voor één keer zichtbaar te moeten delen. Sommige lichamen had ze met opzet vaag afgedrukt, zodat de witte lakens erdoorheen leken te schijnen en het lichaam maar half aanwezig was. Ze kon voor het eerst met afstand naar haar werk kijken en ze zag hoe vaag het was, maar ook hoe goed. Het was niet erg dat ze de personen die ze fotografeerde niet begreep, omdat het háár wereld was die ze liet zien. En in haar wereld kwamen geen doordringende portretten voor van mensen die met ogen vol leven de lens in keken, maar alleen mensen die sliepen en zich voor de helft bevonden in een werkelijkheid waar zij geen grip op had.
Ze stopte de foto’s terug in de envelop en borg het geheel weer op in het fotoalbum en de rugzak. Op de wekker naast het bed zag ze dat het halftwaalf was geweest. Ze legde de camera op bed en kleedde zich uit. Ze deed alleen een nachthemdje aan dat om haar blote lichaam fladderde. Omdat het niet warm was en ze het hemd iets te sexy vond, deed ze wollen sokken aan die tot haar knieën kwamen. Dan kon ze meteen onhoorbaar over de gang lopen. Toen ze in de spiegel keek moest ze lachen. Ze wist niet goed waarom ze zich had omgekleed. Waarschijnlijk hoorde het bij het ritueel dat ze zelf ook in een soort slaaptoestand verkeerde.
Ze keek of er niemand op de gang was, en liep met de camera om haar nek naar de slaapkamer van Elias.Voor de deur bleef ze staan. Er brandde geen licht meer in zijn kamer, en morgen moest hij naar school, dus ze ging ervan uit dat hij sliep. Ze deed de deur open. Elias lag op zijn zij, met zijn rug naar haar toe. Ze deed een klein lampje aan naast zijn bed en keek naar zijn gezicht. Hij sliep. Het laken lag aan zijn voeteneind alsof hij het had weggetrapt. Zijn lippen had hij losjes op elkaar, hij ademde door zijn neus. Het gebeurde niet vaak dat mensen mooier werden in hun slaap. Elias was een zeldzaam mooie slaper. Ze vroeg zich af hoe ze hem het best kon fotograferen, van boven of enigszins van voren zodat zijn gezicht zichtbaar was. In het laatste geval was de kans groter dat hij wakker werd, maar hij straalde zo opvallend veel rust uit dat ze het zonde vond dat niet in beeld te brengen. Ze ging op haar hurken bij het bed zitten en stelde de camera in. Zijn gezicht was dichtbij, ze kon hem horen ademen.
‘Slaap maar door,’ fluisterde ze. ‘Ik leen alleen maar even je slaap. Je merkt er niets van.’ Hij lag daar zo onaantastbaar dat ze de neiging had haar hand op zijn hoofd te leggen, even zijn haar aan te raken, maar ze hield zich in. Haar macht bestond juist daaruit dat ze contact kon maken met iemand die onbereikbaar was. Ze maakte de foto.
Hij was meteen wakker. Hij deed niet slaperig zijn ogen open zodat ze hem met enkele woorden weer in slaap had kunnen sussen, maar hij keek haar recht en helder aan.
‘Waarom doe je dat?’ vroeg hij.
Ze wilde de camera op de grond leggen, alsof die er niets mee te maken had, maar hij pakte haar met één hand bij haar polsen. Met de andere pakte hij de camera af.
‘Waarom maak je stiekem foto’s van me?’
Ze wilde zeggen dat het een aandenken was, zoals ze normaal deed, maar ze wist niet waaraan.
‘Het is een spel,’ zei ze daarom.
‘Wat voor spel?’
‘Dat van de omgekeerde wereld,’ zei ze. ‘Je denkt dat je wakker bent en ik ook, maar eigenlijk slapen we en praten we met elkaar in onze slaap.’
‘En waarom maak je dan foto’s?’
‘Dat hoort erbij. Het is een droomfoto.’
Elias had nog steeds haar polsen vast, alsof hij bang was dat ze zou ontsnappen. Nu trok hij haar aan haar polsen omhoog, het bed op. Hij duwde haar achterover tot ze lag, terwijl hij haar polsen bleef vasthouden.
‘Ik geloof niet dat ik je spel helemaal begrijp,’ zei hij. ‘Wat is precies je bedoeling?’
Ze lag met haar hoofd in het kussen gedrukt en ze bewoog niet. Ze was niet verbaasd dat ze hier lag en dat Elias nu háár in zijn macht had. Het hoorde bij het spel. Het was altijd al een wisselwerking van macht geweest. Het zou vreemd zijn geweest als ze nu alleen de touwtjes in handen had gehad.
‘Ik wil dat je meespeelt,’ zei ze.
Elias’ gezicht was zo dichtbij dat zijn lippen bijna de hare raakten. Als hij haar niet zo stevig in het kussen had gedrukt, had ze met een minieme beweging contact kunnen maken.
‘Je wilt dat ik meespeel,’ herhaalde Elias. Hij blies zachtjes over haar gezicht, zonder met zijn lippen haar huid aan te raken. ‘Je bloost.’
‘Ik heb het warm.’
‘Je moet ook niet van die warme sokken dragen.’ Hij liet haar polsen los en gleed met zijn handen langs haar lichaam tot aan haar voeten. Hij trok haar sokken uit en legde ze naast haar neer op het bed. Hij keek naar haar voeten.
‘Je hebt mooie voeten.’ Hij kuste haar tenen.
Nada ging rechtop zitten, ze wilde opstaan. Ze vond dat het spel lang genoeg had geduurd. De prijs voor haar foto was betaald. Maar Elias ging ook rechtop zitten, hij sloeg zijn armen om haar heen zodat ze niet weg kon, en drukte zijn gezicht in haar haar.
‘Niet weggaan,’ fluisterde hij. ‘Dit is toch wat je wilt?’
Nada wilde zich losmaken uit zijn greep, maar ook wilde ze blijven zitten en zich laten omhelzen. Daarom bewoog ze alleen haar hoofd, zodat zijn lippen haar oor raakten.
‘Waarom zou ik?’ vroeg ze.
Hij keek haar aan zonder los te laten. ‘Omdat je van me houdt.’
‘Ik hou helemaal niet van je. Hoe kom je daar nou bij?’ vroeg ze. Nu probeerde ze zich los te wurmen, maar hij had haar te stevig vast.
‘Dat zie ik aan je.’
‘Dan zie je dat omdat je het wílt zien,’ zei ze. ‘Niet omdat het zo is.’ Omdat hij niet van plan leek haar los te laten, gaf ze haar verzet op en liet ze zich vasthouden. Ze legde haar kin op zijn schouder. ‘Je ziet de dingen precies zoals je zelf wilt.’
‘Iedereen ziet de dingen zoals hij zelf wil,’ zei hij. ‘Dat weet je net zo goed als ik. Ik denk alleen dat jij en ik bepaalde dingen op dezelfde manier zien. Ik denk dat jij dat ook denkt.’
Hij streek met een hand door haar haar, waardoor zijn omhelzing minder stevig werd. Nada had nu makkelijk op kunnen staan, maar ze bleef zitten.